Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:69 BW

Bekrachtiging van onbevoegde vertegenwoordiging redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Wanneer iemand zonder daartoe bevoegd te zijn als gevolmachtigde in naam van een ander heeft gehandeld, kan laatstgenoemde de rechtshandeling bekrachtigen en haar daardoor hetzelfde gevolg verschaffen, als zou zijn ingetreden wanneer zij krachtens een volmacht was verricht.

  2. 2

    Is voor het verlenen van een volmacht tot de rechtshandeling een bepaalde vorm vereist, dan geldt voor de bekrachtiging hetzelfde vereiste.

  3. 3

    Een bekrachtiging heeft geen gevolg, indien op het tijdstip waarop zij geschiedt, de wederpartij reeds heeft te kennen gegeven dat zij de handeling wegens het ontbreken van een volmacht als ongeldig beschouwt, tenzij de wederpartij op het tijdstip dat zij handelde heeft begrepen of onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft moeten begrijpen dat geen toereikende volmacht was verleend.

  4. 4

    Een onmiddellijk belanghebbende kan degene in wiens naam gehandeld is, een redelijke termijn voor de bekrachtiging stellen. Hij behoeft niet met een gedeeltelijke of voorwaardelijke bekrachtiging genoegen te nemen.

  5. 5

    Rechten door de volmachtgever vóór de bekrachtiging aan derden verleend, blijven gehandhaafd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:652Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2025 (belastingrecht)

    Gemeenschappelijke bijlage bij de conclusies van 30 mei 2025 in de zaken met: 24/04262 ECLI:NL:PHR:2025:623 , 24/04264 ECLI:NL:PHR:2025:624 en 24/04267 ECLI:NL:PHR:2025:625

  • ECLI:NL:PHR:2025:578Parket bij de Hoge Raad, 23 mei 2025 (belastingrecht)

    Moet het Hof gelegenheid bieden voor herstel van een valse machtiging ?

  • ECLI:NL:PHR:2024:1255Parket bij de Hoge Raad, 22 november 2024 (belastingrecht)

    Vertrouwensbeginsel. Kan vertrouwen worden ontleend aan (ingetrokken) vrijstellingsverklaringen loonbelasting? Art. 18 Verdrag Nederland-België. Ook gebondenheid aan toezegging in niet-beschikking…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1180Parket bij de Hoge Raad, 8 november 2024 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Beslissing om tolk-vertaler niet meer in te zetten voor werkzaamheden politie. Beslissing onbevoegd genomen? Mandaatbesluiten Politie. Rechtskarakter van deze beslissing: mede…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29556Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Vordering op nalatenschap. Overeenkomst tot verlenen van zorg. De bewindvoerder was niet bevoegd om de overeenkomst te sluiten. Betaling van de facturen wordt toegewezen op basis van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:11326Rechtbank Noord-Holland, 9 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Dexia. Effectenlease. Verboden advisering tussenpersoon.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4574Rechtbank Overijssel, 14 juli 2026 (civiel recht)

    Dexia zaak. Advisering door tussenpersoon. Procederen ten behoeve van de gemeenschap.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4339Rechtbank Overijssel, 7 juli 2026 (civiel recht)

    Dexia-zaak. Effectenleaseovereenkomst.

215 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.