Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:57 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

Behoeft een rechtshandeling om het beoogde gevolg te hebben goedkeuring, machtiging, vergunning of enige andere vorm van toestemming van een overheidsorgaan of van een andere persoon, die geen partij bij de rechtshandeling is, dan kan iedere onmiddellijk belanghebbende aan hen die partij bij de rechtshandeling zijn geweest, aanzeggen dat, indien niet binnen een redelijke, bij die aanzegging gestelde termijn die toestemming wordt verkregen, de handeling te zijnen aanzien zonder gevolg zal blijven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2019:2112Rechtbank Midden-Nederland, 10 mei 2019 (personen- en familierecht)

    Ontslag curatoren wegens gewichtige redenen. Afspraken schadeverzekeraar onttrokken aan toezicht kantonrechter. Hoofdelijke veroordeling tot terugbetaling ten onrechte uitgekeerde bedragen.

  • ECLI:NL:RBMAA:2011:BP6835Rechtbank Maastricht, 28 februari 2011 (civiel recht)

    Toepassing arrest HR 16-10-1992/ NJ 1992,167/ LJN ZC0719 onwonende begrip.

  • ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0240Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 december 2010 (civiel recht)

    Herleving beslag van rechtswege na vernietiging vonnis tot opheffing beslag. Art. 33 lid 2 Fw.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.