Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:174 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De rechter die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering reeds aanhangig is kan een deelgenoot op diens verzoek ten behoeve van de voldoening van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld of om andere gewichtige redenen machtigen tot het te gelde maken van een gemeenschappelijk goed. Indien een deelgenoot voor wie een te verkopen goed een bijzondere waarde heeft, bereid is het goed tegen vergoeding van de geschatte waarde over te nemen, kan de voormelde rechter deze overneming bevelen.

  2. 2

    De in lid 1 bedoelde rechter kan een deelgenoot op diens verzoek machtigen een gemeenschappelijk goed te bezwaren met een recht van pand of hypotheek tot zekerheid voor de voldoening van een voor rekening van de gemeenschap komende schuld die reeds bestaat of waarvan het aangaan geboden is voor het behoud van een goed der gemeenschap.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1888Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Procesrecht. Hoor en wederhoor. Hof baseert beslissing op ambtshalve bijgebrachte rechtsgrond. Ontoelaatbare verrassingsbeslissing?

  • ECLI:NL:PHR:2024:1345Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2024 (personen- en familierecht)

    Kort geding. Verdeling echtelijke woning na echtscheiding; sprake van overeenkomst tussen partijen? Samenhang met zaak 24/00473

  • ECLI:NL:PHR:2024:1150Parket bij de Hoge Raad, 1 november 2024 (personen- en familierecht)

    In verband met echtscheiding wordt woning in echtscheidingsconvenant en vaststellingsovereenkomst toebedeeld aan vrouw, maar verdeling blijft uit. Met rechterlijke machtiging verkoopt vrouw de…

  • ECLI:NL:PHR:2024:864Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2024 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Bepalen waarde van woning; partijdeskundigen; vrije bewijswaardering (art. 152 lid 2 Rv); motiveringsplicht.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14312Rechtbank Noord-Holland, 20 oktober 2026 (goederenrecht)

    Kort geding; medewerking verkoop woning plus geldvorderingen. Partijen, vader en zoon, zijn sinds dood partner vader en moeder zoon gezamenlijk eigenaar van een woning. Vader woont in woonzorgcentrum…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11068Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Kort geding. Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder, in het bijzonder over de verkoop van woningen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6570Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Vordering in kort geding over de verkoop van de echtelijke woning. Geen belang omdat de man met de beslissingen in de echtscheidingsbeschikking alle benodigde juridische mogelijkheden heeft om tot…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5579Rechtbank Overijssel, 10 september 2026 (civiel recht)

    Machtiging te gelde maken van voormalige echtelijke woning.

393 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.