Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:19 BW

Geldt sinds 1 september 2005

  1. 1

    Indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen en andere wettelijke vereisten voor inschrijving zijn vervuld, dan geschiedt de inschrijving terstond na de aanbieding.

  2. 2

    Als tijdstip van inschrijving geldt het tijdstip van aanbieding van de voor de inschrijving vereiste stukken.

  3. 3

    Op verlangen van de aanbieder tekent de bewaarder de verrichte inschrijving op het ontvangstbewijs aan of doet hij in de gevallen en op een wijze bij of krachtens de wet, bedoeld in artikel 16, tweede lid, vast te stellen, daarvan mededeling aan de aanbieder.

  4. 4

    Indien de bewaarder vermoedt dat de in de aangeboden stukken vermelde kenmerken niet overeenstemmen met die welke met betrekking tot het registergoed behoren te worden vermeld, of dat de in te schrijven rechtshandeling door een onbevoegde is verricht of onverenigbaar is met een andere rechtshandeling, ter inschrijving waarvan hem de nodige stukken zijn aangeboden, is hij bevoegd de aanbieder en andere belanghebbenden daarop opmerkzaam te maken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:285Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.

  • ECLI:NL:PHR:2026:280Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1209Parket bij de Hoge Raad, 7 november 2025 (goederenrecht)

    Opzegging van ondererfpachtrecht na aantreffen van handelshoeveelheid hennep en vuurwapen. Opzegging op grond van ernstig tekortschieten (art. 5:87 lid 2 BW). Ontvankelijkheid van het cassatieberoep…

  • ECLI:NL:PHR:2021:779Parket bij de Hoge Raad, 27 augustus 2021 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Is het Kadaster voor zijn vorderingen wegens inschrijvingskosten en recherchekosten rechthebbende op een aandeel in het saldo van de kwaliteitsrekening van de…

  • ECLI:NL:OGEAA:2025:168Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 19 maart 2025 (civiel recht)

    Civiel, verklaart voor recht als gevolg van verjaring eigenaar.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2191Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Vordering tot oproeping in vrijwaring toegewezen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2025:534Rechtbank Overijssel, 30 januari 2025 (bestuursrecht)

    Beroep n.a.v. afwijzing verzoek om herstel kadastrale grens. Beroep ongegrond. Artikel 7t van de Kadasterwet is bedoeld voor het herstellen van misslagen. Van een kennelijk misslag was geen sprake.…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:11179Rechtbank Rotterdam, 5 november 2024 (bestuursrecht)

    Basisregistratie Kadaster

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.