Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:125 BW

Rechtsvorderingen ter bescherming van bezit redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Hij die het bezit van een goed heeft verkregen, kan op grond van een daarna ingetreden bezitsverlies of bezitsstoornis tegen derden dezelfde rechtsvorderingen instellen tot terugverkrijging van het goed en tot opheffing van de stoornis, die de rechthebbende op het goed toekomen. Nochtans moeten deze rechtsvorderingen binnen het jaar na het verlies of de stoornis worden ingesteld.

  2. 2

    De vordering wordt afgewezen, indien de verweerder een beter recht dan de eiser heeft tot het houden van het goed of de storende handelingen krachtens een beter recht heeft verricht, tenzij de verweerder met geweld of op heimelijke wijze aan de eiser het bezit heeft ontnomen of diens bezit heeft gestoord.

  3. 3

    Het in dit artikel bepaalde laat voor de bezitter, ook nadat het in het eerste lid bedoelde jaar is verstreken, en voor de houder onverlet de mogelijkheid een vordering op grond van onrechtmatige daad in te stellen, indien daartoe gronden zijn.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:285Parket bij de Hoge Raad, 20 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Erfgrenskwestie. Uitleg van koop en levering. Betekenis kadastrale aanduiding in dit verband.

  • ECLI:NL:PHR:2024:369Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (internationaal privaatrecht)

    Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per…

  • ECLI:NL:PHR:2024:370Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (civiel recht)

    Internationaal privaatrecht. EU-mededingingsrecht. Luchtvaartkartel. Follow-on vorderingen. Kwalificatie ‘enkelvoudige en voortdurende inbreuk’ in zin art. 101 VWEU; één vordering van gelaedeerde per…

  • ECLI:NL:PHR:2017:229Parket bij de Hoge Raad, 24 maart 2017 (civiel recht)

    Goederenrecht, (appel)procesrecht. Revindicatie schilderij. Vervolg van HR 14 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF0462, NJ 2009/137. Vermeerdering van eis na cassatie en verwijzing; tweeconclusieregel…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9315Rechtbank Limburg, 3 september 2026 (goederenrecht)

    Afgifte hond, eerder oordeel kort geding nog van toepassing, artt. 3:109 jo 3:125 BW, oordeel met inachtneming wettelijke vermoedens, geen nader onderzoek of bewijslevering in kort geding. Toewijzen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1457Rechtbank Gelderland, 18 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding. Vordering tot afgifte auto door curator in faillissement autohandelaar. Vordering toegewezen. Artikel 3:109 BW. Artikel 3:125 lid 2 BW en artikel 5:2 BW.

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:22435Rechtbank Den Haag, 18 november 2024 (goederenrecht)

    Kort geding. Eiseres vordert afgifte van twee kistjes met inhoud en geld uit de portemonnee van haar dochter. Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de kistjes met inhoud aan eiseres. De…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:1600Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 februari 2023 (verbintenissenrecht)

    Er is door de politie ruim €70.000 cash gevonden in een woning van iemand die een bijstandsuitkering ontvangt. De gemeente heeft dit bedrag in beslag genomen. Eisers stellen dat het hun spaargeld is…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.