Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:300 BW

Rechterlijke uitspraak in plaats van een akte redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Is iemand jegens een ander gehouden een rechtshandeling te verrichten, dan kan, tenzij de aard van de rechtshandeling zich hiertegen verzet, de rechter op vordering van de gerechtigde bepalen dat zijn uitspraak dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is, of dat een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten. Wijst de rechter een vertegenwoordiger aan, dan kan hij bepalen dat de door deze te verrichten handeling zijn goedkeuring behoeft.

  2. 2

    Is de verweerder gehouden om tezamen met de eiser een akte op te maken, dan kan de rechter bepalen dat zijn uitspraak in de plaats van de akte of een deel daarvan zal treden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:998Parket bij de Hoge Raad, 23 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Prejudiciële vragen. Faillissement van energieleverancier eind 2021. Voortzetting energieleveranties aan kleinverbruikers o.g.v. het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 en het Besluit…

  • ECLI:NL:PHR:2026:654Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Relatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie. Regresvordering van man op vrouw; verrekening (art. 6:131 lid 1 BW), verjaring (art.…

  • ECLI:NL:HR:2026:844Hoge Raad, 5 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding; verdeling. Procesrecht; ontvankelijkheid in cassatie. Uitspraak als bedoeld in art. 3:300 lid 2 BW; inschrijving in rechtsmiddelenregister (art. 3:301 lid 2…

  • ECLI:NL:PHR:2026:280Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30915Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding; royement hypotheek van een ontbonden vennootschap; de notaris kan niet worden verplicht om de royementsvolmacht van een onbevoegde vertegenwoodiger van de ontbonden vennootschap te…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:14312Rechtbank Noord-Holland, 20 oktober 2026 (goederenrecht)

    Kort geding; medewerking verkoop woning plus geldvorderingen. Partijen, vader en zoon, zijn sinds dood partner vader en moeder zoon gezamenlijk eigenaar van een woning. Vader woont in woonzorgcentrum…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6274Rechtbank Overijssel, 16 oktober 2026 (civiel recht)

    In dit kort geding, waarin de man niet is verschenen, vordert de vrouw dat de man medewerking verleent aan de verkoop en levering van de woning die gelegen is in Almelo. De zaak heeft een…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14501Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Geen sprake van bevrijdende verjaring met betrekking tot de percelen. Geen bezitsdaden, dus de verjaringstermijn van twintig jaar is niet aangevangen. Ontruiming op straffe van een dwangsom.

2.111 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.