Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:310 BW

Verjaring van een vordering tot schadevergoeding redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2024

  1. 1

    Een rechtsvordering tot vergoeding van schade of tot betaling van een bedongen boete verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade of de opeisbaarheid van de boete als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden, en in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt of de boete opeisbaar is geworden.

  2. 2

    Is de schade een gevolg van verontreiniging van lucht, water of bodem, van de verwezenlijking van een gevaar als bedoeld in artikel 175 van Boek 6 dan wel van beweging van de bodem als bedoeld in artikel 177, eerste lid, onder b, van Boek 6, dan verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade, in afwijking van het aan het slot van lid 1 bepaalde, in ieder geval door verloop van dertig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, met dien verstande dat deze termijn voor verjaring van de schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld aanvangt na de laatste daardoor veroorzaakte bodembeweging.

  3. 3

    Voor de toepassing van lid 2 wordt onder gebeurtenis verstaan een plotseling optredend feit, een voortdurend feit of een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak. Bestaat de gebeurtenis uit een voortdurend feit, dan begint de termijn van dertig jaren bedoeld in lid 2 te lopen nadat dit feit is opgehouden te bestaan. Bestaat de gebeurtenis uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, dan begint deze termijn te lopen na dit laatste feit.

  4. 4

    Indien de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, een strafbaar feit oplevert waarop de Nederlandse strafwet toepasselijk is, verjaart de rechtsvordering tot vergoeding van schade tegen de persoon die het strafbaar feit heeft begaan niet zolang het recht tot strafvordering niet door verjaring of door de dood van de aansprakelijke persoon is vervallen.

  5. 5

    In afwijking van de leden 1 en 2 verjaart een rechtsvordering tot vergoeding van schade door letsel of overlijden slechts door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Indien de benadeelde minderjarig was op de dag waarop de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon bekend zijn geworden, verjaart de rechtsvordering slechts door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de benadeelde meerderjarig is geworden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:864Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (civiel recht)

    Verjaring rechtsvordering. Afstand van verjaring. Beroep op vaststellingsovereenkomst.

  • ECLI:NL:PHR:2026:654Parket bij de Hoge Raad, 26 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Relatievermogensrecht. Informeel samenlevenden, financiële afwikkeling na beëindiging van affectieve relatie. Regresvordering van man op vrouw; verrekening (art. 6:131 lid 1 BW), verjaring (art.…

  • ECLI:NL:PHR:2026:540Parket bij de Hoge Raad, 29 mei 2026 (civiel recht)

    Overheidsprivaatrecht. Schadevergoeding na strafrechtelijke optreden. Verjaring ex art. 3:310 lid 1 BW. Aanvang termijn. Heeft stuiting plaatsgevonden?

  • ECLI:NL:HR:2025:1764Hoge Raad, 28 november 2025 (mededingingsrecht)

    Europees mededingingsrecht. Lift- en roltrapkartel. Follow-on-vorderingen kartelschade, ingesteld door claimstichting; aanvang verjaringstermijn art. 3:310 BW; HvJEU 18 april 2024, C-605/21…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14059Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Een voormalig ambtenaar van de gemeente heeft woningen onbevoegd kosteloos in gebruik gegeven aan gedaagden. Gedaagden hebben jarenlang kosteloos zonder rechtsgeldige titel in de woningen gewoond.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2902Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Verjaring. Vordering tot schadevergoeding voor arbeid die in de periode van 1951 tot en met 1979 in kloosters is verricht. Geen verborgen schade of verborgen onrechtmatige daad. Geen uitzonderlijke…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:13664Rechtbank Noord-Holland, 7 oktober 2026 (goederenrecht)

    Verdeling (restant) nalatenschap. Vordering tot bijdragen in de lasten voor de gemeenschappelijke recreatiewoning is deels verjaard. Geen gelegnheid om de vordering nader te onderbouwen. Gelet op het…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6409Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Prorogatie. Pensioenrecht. Nabetaling bijzonder partnerpensioen. Wettelijke rente over de nabetaling deels verjaard? Valt de wettelijke rente onder art. 3:310 BW of art. 70 Wvb in plaats van art.…

2.594 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.