Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:24 BW

Bescherming tegen niet-ingeschreven feiten redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling tot verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere titel in de registers wordt ingeschreven, een eveneens voor inschrijving in de registers vatbaar feit niet met betrekking tot dat registergoed ingeschreven was, kan dit feit aan de verkrijger niet worden tegengeworpen, tenzij hij het kende.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van: a.feiten die naar hun aard vatbaar zijn voor inschrijving in een register van de burgerlijke stand, een huwelijksgoederenregister of een boedelregister, ook indien het feit in een gegeven geval daarin niet kan worden ingeschreven, omdat daarop de Nederlandse wet niet van toepassing is; b.in het curatele- en bewindregister ingeschreven ondercuratelestelling en opheffing van curatele; c.in het faillissementsregister, het surséanceregister en het register schuldsaneringsregeling natuurlijke personen ingeschreven rechterlijke uitspraken; d.aanvaarding en verwerping van een nalatenschap; e.verjaring.

  3. 3

    Het eerste lid is evenmin van toepassing ten aanzien van erfopvolgingen en uiterste wilsbeschikkingen die op het tijdstip van de inschrijving van de rechtshandeling nog niet ingeschreven waren, doch daarna, mits binnen drie maanden na de dood van de erflater, alsnog in de registers zijn ingeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:280Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1288Parket bij de Hoge Raad, 21 november 2025 (civiel recht)

    Verzekeringsrecht. Schending mededelingsplicht door verzekeringnemer bij aangaan arbeidsongeschiktheidsverzekering. Kennisgevingsplicht van verzekeraar (art. 7:929 lid 1 BW) en opzegging…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1092Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Bonairiaanse zaak. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Vordering van erven tot het leeg en in onbezwaarde staat ter beschikking stellen van een perceel dat de rechtsvoorganger van het OLB…

  • ECLI:NL:PHR:2022:322Parket bij de Hoge Raad, 1 april 2022 (civiel recht)

    Erfdienstbaarheid; wijziging wegens algemeen belang (art. 5:78 sub b BW); wijzigingsvonnis uitvoerbaar bij voorraad; tijdstip wijziging; overdracht heersend erf hangende hoger beroep…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:1985Rechtbank Rotterdam, 25 februari 2026 (goederenrecht)

    Burengeschil. Verkrijgende verjaring (art. 3:99 BW) van strook grond op perceel buren; bezit; te goeder trouw; gevolgen van landinrichting op grond van Landinrichtingswet (oud). Vordering tot…

  • ECLI:NL:GHDHA:2024:1535Gerechtshof Den Haag, 23 juli 2024 (verbintenissenrecht)

    burengeschil; artikel 5:50 BW; alleen uitzicht recht vooruit is verboden; uitzicht naar rechts en links niet relevant

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:3944Rechtbank Amsterdam, 3 juli 2024 (goederenrecht)

    Vruchtgebruik. Zaaksvervanging. Artikel 3:212 lid 2 BW, artikel 3:213 lid 1 BW. In deze verstekprocedure staat een recht van vruchtgebruik centraal dat is gevestigd op de verkoopopbrengst van een…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:3710Rechtbank Gelderland, 19 juni 2024 (verbintenissenrecht)

    Burenrecht; vensters nabij erfgrens, overbouw dakgoot, verjaring, erfdienstbaarheid, grensgeschil, betreden perceel, containers, camera, boetes.

69 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.