Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:120 BW

Vruchten voor de bezitter te goeder trouw redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Aan een bezitter te goeder trouw behoren de afgescheiden natuurlijke en de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten toe.

  2. 2

    De rechthebbende op een goed, die dit opeist van een bezitter te goeder trouw of die het van deze heeft terugontvangen, is verplicht de ten behoeve van het goed gemaakte kosten alsmede de schade waarvoor de bezitter op grond van het in titel 3 van Boek 6 bepaalde uit hoofde van zijn bezit jegens derden aansprakelijk mocht zijn, aan deze te vergoeden, voor zover de bezitter niet door de vruchten van het goed en de overige voordelen die hij ter zake heeft genoten, voor het een en ander is schadeloos gesteld. De rechter kan de verschuldigde vergoeding beperken, indien volledige vergoeding zou leiden tot onbillijke bevoordeling van de bezitter jegens de rechthebbende.

  3. 3

    Zolang een bezitter te goeder trouw de hem verschuldigde vergoeding niet heeft ontvangen, is hij bevoegd de afgifte van het goed op te schorten.

  4. 4

    Het in dit artikel bepaalde is ook van toepassing op hem die meent en mocht menen dat hij het bezit rechtmatig heeft verkregen, ook al weet hij dat de handelingen die voor de levering van het recht nodig zijn, niet hebben plaatsgevonden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:991Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (verbintenissenrecht)

    Ongerechtvaardigde verrijking. Zaaksgebonden karakter omgevingsvergunning.

  • ECLI:NL:PHR:2021:972Parket bij de Hoge Raad, 14 september 2021 (strafrecht)

    Beklag, beslag. Art. 552a Sv. OM-cassatie. Op gronden vermeld in de CAG is het middel terecht voorgesteld. CAG: De Rb had belanghebbende (i.c. aangever van diefstal van goederen) o.g.v. art. 552a.5…

  • ECLI:NL:PHR:2019:178Parket bij de Hoge Raad, 18 januari 2019 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Effectenleaseovereenkomst vernietigd wegens ontbreken toestemming echtgenote (art. 1:88 en 1:89 BW). Terugvordering betaalde bedragen. Ingangstijdstip wettelijke rente. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2017:22Parket bij de Hoge Raad, 20 januari 2017 (civiel recht)

    Koopovereenkomst; rechtsgevolgen vernietiging. Vervolg op HR 11 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3765, NJ 2013/492. Weigering eisvermeerdering na verwijzing, goede procesorde (art. 130 lid 2 Rv).…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7267Rechtbank Gelderland, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Non-conforme auto. Bewijsvermoeden 7:18a BW onvoldoende weerlegd. Ontbinding koopovereenkomst. Waardevermindering auto.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:6332Rechtbank Oost-Brabant, 11 juni 2026 (civiel recht)

    Non-conformiteit tweedehands auto. De door de verkoper geleverde auto beantwoordt niet aan de koopovereenkomst, zodat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8229Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026 (strafrecht)

    klager geniet derdenbescherming ogv art 3:86 BW. Geen revindicatie meer mogelijk door oorspronkelijke eigenaar nu termijn 3 jaar is verlopen. Herinslag VIN nummer.

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:12035Rechtbank Limburg, 3 december 2025 (civiel recht)

    Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop

79 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.