Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:277 BW

Gelijkheid van schuldeisers en redenen van voorrang redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om, na voldoening van de kosten van executie, uit de netto-opbrengst van de goederen van hun schuldenaar te worden voldaan naar evenredigheid van ieders vordering, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.

  2. 2

    Bij overeenkomst van een schuldeiser met de schuldenaar kan worden bepaald dat zijn vordering jegens alle of bepaalde andere schuldeisers een lagere rang neemt dan de wet hem toekent.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1089Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Rechthebbende op bedrag aan geïncasseerde vorderingen van het CJIB op kwaliteitsrekening van failliet verklaard deurwaarderskantoor; maatstaf rechthebbende in zin van art. 19 Gdw.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1012Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1013Parket bij de Hoge Raad, 19 september 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Verbod op verrekening door de bank van inkomende betalingen op rekening van klant als bank niet te goeder trouw is (art. 54 lid 1 Fw). Kunnen wel nog uitgaande betalingen uit de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:211Parket bij de Hoge Raad, 14 februari 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pauliana (art. 42 Fw). Vernietiging van een samenstel van rechtshandelingen. Kan het wetenschapsvereiste van art. 42 Fw ook betrokken worden op het samenstel als zodanig?…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4089Rechtbank Noord-Nederland, 28 augustus 2026 (insolventierecht)

    Surseance. Beschikking ex artikel 268a Fw. De rechter-commissaris stelt het akkoord vast als ware het aangenomen.

  • ECLI:NL:OGEAC:2025:372Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 17 oktober 2025 (civiel recht)

    Kort geding-ziekteduur- betaling vakantiegeld-kosten tui

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:1618Rechtbank Oost-Brabant, 20 maart 2025 (civiel recht)

    Girale overboekingen van vader naar dochter. Uitleg overeenkomst. Lening of schenking? Opschortende voorwaarde of tijdsbepaling? Bepaling tijdstip van opeisbaarheid met toepassing van art. 7:129f BW.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:438Rechtbank Noord-Nederland, 11 februari 2025 (belastingrecht)

    Een vader verstrekt in 2010 aan zijn zoon een lening om een eigen onderneming te starten. In 2016 voert de vader in zijn aangifte inkomstenbelasting een verlies van € 24.100 op in verband met de…

208 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.