Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:28 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Is een inschrijving waardeloos, dan zijn degenen te wier behoeve zij anders zou hebben gestrekt, verplicht van deze waardeloosheid aan hem die daarbij een onmiddellijk belang heeft, op diens verzoek een schriftelijke verklaring af te geven. De verklaringen vermelden de feiten waarop de waardeloosheid berust, tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft.

  2. 2

    Verklaringen als in lid 1 bedoeld kunnen in de registers worden ingeschreven. Indien de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, machtigen deze verklaringen na inschrijving gezamenlijk de bewaarder tot doorhaling daarvan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:1800Hoge Raad, 22 december 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Art. 3:45 BW. Vernietiging onverplichte rechtshandeling. Behelst door rechtbank gegeven verklaring voor recht verklaring van waardeloosheid? Art. 3:29 BW. Inschrijving hoger beroep in…

  • ECLI:NL:PHR:2023:874Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (goederenrecht)

    Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting…

  • ECLI:NL:PHR:2023:875Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (civiel recht)

    Waardeloosverklaring van inschrijving in de openbare registers. Niet-ontvankelijkheid vanwege niet tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister? Art. 3:39 lid 3 BW. Samenhang met rechtspraak…

  • ECLI:NL:PHR:2023:659Parket bij de Hoge Raad, 7 juli 2023 (goederenrecht)

    Goederenrecht. Procesrecht. Niet-inschrijving cassatieberoep in rechtsmiddelenregister (art. 3:29 lid 3 BW). Herstel mogelijk? Ratio inschrijvingsvoorschrift. Onverbrekelijk samenhangend oordeel dat…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20375Rechtbank Den Haag, 24 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Kort geding; eisers zijn niet ontvankelijk in hun vordering. aangezien zij twee niet meer bestaande B.V.'s hebben gedagvaard. Aannemelijk is dat het door gedaagden op de woning van eisers gelegde…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:3765Rechtbank Overijssel, 16 juni 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot heropening vereffening.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:6493Rechtbank Rotterdam, 3 juni 2026 (civiel recht)

    Erfpacht, opzegging. Vorderingen worden afgewezen, omdat eiser niet voldoende heeft onderbouwd dat gedaagden de zelfbewoningsplicht niet hebben nageleefd.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2494Rechtbank Overijssel, 7 mei 2026 (civiel recht)

    Eiser verzoekt opheffing van ten laste van hem door gedaagden gelegde beslagen. Partijen hebben een geschil over de uitvoering van een aannemingsovereenkomst die zij met elkaar hebben gesloten. Deze…

97 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.