Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:241 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

De pandhouder is verplicht desgevorderd aan de pandgever een schriftelijke verklaring af te geven van de aard en, voor zover mogelijk, het bedrag van de vordering waarvoor het verpande tot zekerheid strekt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2017:3441Rechtbank Den Haag, 1 maart 2017 (verbintenissenrecht)

    Kort geding in vervolg op de vonnissen in kort geding ECLI:NL:RBDHA:2016:12632 en ECLI:NL:RBDHA:2016:15338. Gedaagde sub 1 is in de eerdere vonnissen veroordeeld om mee te werken aan de overdracht…

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:4294Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 september 2016 (civiel recht)

    Schending zorgplicht ter zake renteswap. De bank heeft cliënt niet geruime tijd voorafgaande aan het sluiten van de financieringsovereenkomst met verplichte renteruil gewaarschuwd voor de aan de…

  • ECLI:NL:RBROT:2011:BU4853Rechtbank Rotterdam, 9 november 2011 (civiel recht)

    Incident tot niet-ontvankelijkverklaring. In hoofdzaak deels zelfde vordering aan de orde als in (lopende) appelprocedure in andere zaak. Misbruik van procesrecht. Deels niet-ontvankelijk.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.