Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:250 BW

Openbare verkoop van het verpande goed redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De verkoop geschiedt in het openbaar naar de plaatselijke gewoonten en op de gebruikelijke voorwaarden.

  2. 2

    Bestaat het pand uit goederen die op een markt of beurs verhandelbaar zijn, dan kan de verkoop geschieden op een markt door tussenkomst van een tussenpersoon in het vak of ter beurze door die van een bevoegde tussenpersoon overeenkomstig de regels en gebruiken die aldaar voor een gewone verkoop gelden.

  3. 3

    De pandhouder is bevoegd mede te bieden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1119Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Bodemvoorrecht fiscus. Uitoefening van dat recht door curator ex art. 57 lid 3 tweede zin Fw. Betekenis afdracht restant executieopbrengst door pandhouder.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1345Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Pandrecht op aandelen, stemrecht overgegaan op pandhouder (art. 2:198 lid 3 BW). Vordering dat stemrecht weer op aandeelhouder overgaat (art. 2:342 BW); heeft…

  • ECLI:NL:HR:2018:972Hoge Raad, 22 juni 2018 (civiel recht)

    Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen…

  • ECLI:NL:PHR:2018:308Parket bij de Hoge Raad, 30 maart 2018 (civiel recht)

    Procesrecht. Executoriale verkoop van aandelen door pandhouder met inachtneming van blokkeringsregeling. Is voor onderhandse verkoop toestemming van de voorzieningenrechter nodig? Verhouding tussen…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:3204Rechtbank Gelderland, 14 april 2025 (ondernemingsrecht)

    Verzoek ex art. 2:195 lid 7 en (tegen)verzoek ex art. 3:251 lid 1 BW. Pandrecht op aandelen. Blokkeringsregeling. Afwijzing verzoeken.

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2169Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2025 (goederenrecht)

    Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7309Rechtbank Gelderland, 4 oktober 2024 (goederenrecht)

    Toewijzing van verzoek van vuistpandhouder om haar verlof te verlenen tot het op andere wijze verkopen van zaken (ex artikel 3:251 lid 1 BW). Het verzoek is niet toewijsbaar, voor zover dat…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1063Gerechtshof Amsterdam, 23 april 2024 (civiel recht)

    Afwijzing van verzoek pandhouder ex artikel 3:251 lid 1 BW. Hoger beroep tegen afwijzende beschikking wordt verworpen; geen doorbrekingsgrond. Overweging ten overvloede dat het verzoek geen redelijk…

64 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.