Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:309 BW

Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

Een rechtsvordering uit onverschuldigde betaling verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger is bekend geworden en in ieder geval twintig jaren nadat de vordering is ontstaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:970Parket bij de Hoge Raad, 12 september 2025 (verbintenissenrecht)

    Contractenrecht. Biedt het contract een rechtsgrond voor het periodiek in rekening brengen door de exploitant van stadsverwarming van een aansluitbijdrage via het vastrecht? Uitleg beding. Contra…

  • ECLI:NL:HR:2025:761Hoge Raad, 16 mei 2025 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde, liquiditeitspremie. Aanvangsmoment verjaring vordering uit onverschuldigde…

  • ECLI:NL:PHR:2025:67Parket bij de Hoge Raad, 17 januari 2025 (civiel recht)

    Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde liquiditeitspremie. Onverschuldigde betaling en schadevergoeding wegens…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1082Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2024 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021…

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1307Centrale Raad van Beroep, 30 september 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering WAO-uitkering. Inkomsten uit drugshandel terecht op uitkering in mindering gebracht. Indeling in lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. Geen sprake van verjaring. Geen dringende reden om…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2567Gerechtshof Amsterdam, 4 augustus 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Art. 1:88/1:89 BW. Stuiting van de verjaring van de vordering van de echtgenote door gevolmachtigde. Volmacht door Dexia pas na jaren in twijfel getrokken; beroep Dexia…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2568Gerechtshof Amsterdam, 4 augustus 2026 (civiel recht)

    Effectenlease. Art. 1:88/1:89 BW. Stuiting van de verjaring van de vordering van de echtgenote door gevolmachtigde. Volmacht door Dexia pas na jaren in twijfel getrokken; beroep Dexia op ongeldigheid…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2569Gerechtshof Amsterdam, 4 augustus 2026 (civiel recht)

    Effectenlease. Art. 1:88/1:89 BW. Stuiting van de verjaring van de vordering van de echtgenote door gevolmachtigde. Volmacht door Dexia pas na jaren in twijfel getrokken; beroep Dexia op ongeldigheid…

484 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.