Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:238 BW

Bescherming van de pandhouder te goeder trouw redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2016

  1. 1

    Ondanks onbevoegdheid van de pandgever is de vestiging van een pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht geldig, indien de pandhouder te goeder trouw is op het tijdstip waarop de zaak of het toonder- of geëndosseerde orderpapier in zijn macht of in die van een derde is gebracht.

  2. 2

    Rust op een in lid 1 genoemd goed een beperkt recht dat de pandhouder op het in dat lid bedoelde tijdstip kent noch behoort te kennen, dan gaat het pandrecht in rang boven dit beperkte recht.

  3. 3

    Wordt het pandrecht gevestigd op een roerende zaak waarvan de eigenaar het bezit door diefstal heeft verloren, of op een vruchtgebruik op een zodanige zaak, dan zijn lid 3, aanhef en onder b, en lid 4 van artikel 86 van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    Dit artikel kan niet worden tegengeworpen aan degene die de zaak opeist, indien volgens artikel 86a, leden 1 en 2 of artikel 86b lid 1, of volgens artikel 6.15 van de Erfgoedwet ook artikel 86 niet aan hem tegengeworpen zou kunnen worden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:884Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2020 (civiel recht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle…

  • ECLI:NL:HR:2014:3460Hoge Raad, 28 november 2014 (civiel recht)

    Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende overeenkomst met wederpartij; betekenis HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4866.…

  • ECLI:NL:PHR:2014:1741Parket bij de Hoge Raad, 5 september 2014 (civiel recht)

    Pandrecht op onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken. Afstand van eigendomsvoorbehoud; daartoe strekkende overeenkomst met wederpartij; betekenis HR 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4866.…

  • ECLI:NL:HR:2008:BC4866Hoge Raad, 22 februari 2008 (insolventierecht)

    Zekerheidsrecht. Vestiging recht van vuistpand (bank); verklaring directeur van pandgever omtrent bevoegdheid tot verpanding van door derden onder eigendomsvoorbehoud aan pandgever geleverde…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3005Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (civiel recht)

    Gevorderde afgifte van olie opgeslagen in een tank af is niet toewijsbaar omdat daarop een vuistpand is gevestigd en aan alle voorwaarden die daaraan worden gesteld naar het voorlopig oordeel van het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5118Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    UTB vordert afgifte door Chane van een voorraad HVO. Volgens UTB heeft zij de voorraad gekocht van Kolmar Group en is de voorraad nadien, door de vennootschap KVA, die voor UTB de op- en overslag van…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1568Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 maart 2025 (civiel recht)

    Voorlopige voorziening (223 Rv) om onherroepelijke verkoop registergoed door hypotheekhouder te voorkomen. Vordering afgewezen bij gebrek aan belang. Voorzieningenrechter heeft al toestemming gegeven…

  • ECLI:NL:RBGEL:2024:7325Rechtbank Gelderland, 7 oktober 2024 (goederenrecht)

    Kort geding. Primaire vordering - tot het geven van een bevel tot het doen van afstand van het vuistpandrecht - afgewezen. Subsidiaire vordering - tot het verbieden van het executoriaal verkopen van…

36 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.