Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:251 BW

Afwijkende wijze van verkoop van het pand redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Tenzij anders is bedongen, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen dat het pand zal worden verkocht op een van het vorige artikel afwijkende wijze, of op verzoek van de pandhouder bepalen dat het pand voor een door de voorzieningenrechter van de rechtbank vast te stellen bedrag aan de pandhouder als koper zal verblijven.

  2. 2

    Nadat de pandhouder bevoegd is geworden tot verkoop over te gaan, kunnen pandhouder en pandgever een van het vorige artikel afwijkende wijze van verkoop overeenkomen. Rust op het verpande goed een beperkt recht of een beslag, dan is daartoe tevens de medewerking van de beperkt gerechtigde of de beslaglegger vereist.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:377Parket bij de Hoge Raad, 10 april 2026 (goederenrecht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking?…

  • ECLI:NL:PHR:2024:990Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1194Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2021 (verbintenissenrecht)

    Caribische zaak. Verbintenissenrecht. Geldlening. Reikwijdte van het leerstuk rechtsverwerking. Begrijpelijkheid van het oordeel over de vraag of de bedongen samengestelde rente in strijd is met de…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1345Parket bij de Hoge Raad, 13 december 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Pandrecht op aandelen, stemrecht overgegaan op pandhouder (art. 2:198 lid 3 BW). Vordering dat stemrecht weer op aandeelhouder overgaat (art. 2:342 BW); heeft…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10587Rechtbank Rotterdam, 3 augustus 2026 (civiel recht)

    Verzoek tot verlof voor een onderhandse verkoop bij wijze van executie van een pandrecht, eea als bedoeld in artikel 3:251 BW. De verzoeken worden afgewezen, omdat voorshands niet aannemelijk is dat…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6793Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026 (civiel recht)

    Verzoek op de voet van artikel 3:251 lid 1 BW is afgewezen

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:6625Rechtbank Amsterdam, 1 juli 2026 (civiel recht)

    Kort geding. Derdenpandgever verzet zich tegen uitwining van de pandrechten op aandeeln . De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Er is sprake van een achterstand in aflossingen en…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8437Rechtbank Rotterdam, 1 juli 2026 (civiel recht)

    WHOA-zaak. Afwijzing verzoek afkondigen afkoelingsperiode. Internationale rechtsmacht. Belanghebbenden. Onderhandse pandexecutie. Proceskostenveroordeling.

141 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.