Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:208 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Van zaken die aan het vruchtgebruik zijn onderworpen, mag de vruchtgebruiker de bestemming die deze bij de aanvang van het vruchtgebruik hadden, niet veranderen zonder toestemming van de hoofdgerechtigde of machtiging van de kantonrechter.

  2. 2

    Tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker van een zaak, zowel tijdens de duur van zijn recht als bij het einde daarvan, bevoegd om aan de zaak aangebrachte veranderingen en toevoegingen weg te nemen, mits hij de zaak in de oude toestand terugbrengt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:786Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2025 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Boedelschuld. Verplichting tot verwijdering van zaken die tot de boedel behoren. Geldt deze verplichting óók als zaken zijn nagetrokken door de grond van degene die verwijdering…

  • ECLI:NL:RBLIM:2021:3493Rechtbank Limburg, 21 april 2021 (bestuursrecht)

    Last onder dwangsom verwijderen bouwwerken. Onvoldoende gemotiveerd dat vruchtgebruiker het in zijn macht heeft deze bouwwerken te verwijderen, mede omdat niet duidelijk is wie de bouwwerken heeft…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.