Terug naar Burgerlijk Wetboek
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Vermogensrecht in het algemeen
Kies een titel of ga direct naar een artikel.
Inhoudsopgave
Titel 1 Algemene bepalingen
Afdeling 1 Begripsbepalingen
- Artikel 3:1Begrip goederen: zaken en vermogensrechten
- Artikel 3:2Begrip zaken als stoffelijke objecten
- Artikel 3:2aDieren zijn geen zaken
- Artikel 3:3Onderscheid tussen onroerende en roerende zaken
- Artikel 3:4Bestanddelen van een zaak
- Artikel 3:5Inboedel is het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken, met…
- Artikel 3:6Wat vermogensrechten zijn
- Artikel 3:7Begrip afhankelijk recht
- Artikel 3:8Begrip beperkt recht
- Artikel 3:9Natuurlijke en burgerlijke vruchten
- Artikel 3:10Wat registergoederen zijn
- Artikel 3:11Wanneer goede trouw ontbreekt
- Artikel 3:12Vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen
- Artikel 3:13Misbruik van bevoegdheid
- Artikel 3:14Geen uitoefening in strijd met publiekrecht
- Artikel 3:15Toepassing buiten het vermogensrecht
Afdeling 1A Elektronisch vermogensrechtelijk rechtsverkeer
- Artikel 3:15aEvenals een elektronische gekwalificeerde handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van verordening (EU) nr.
- Artikel 3:15cBuiten het vermogensrecht vindt artikel 15a overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de rechtshandeling of…
- Artikel 3:15dDegene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent, maakt de volgende gegevens gemakkelijk, rechtstreeks en…
- Artikel 3:15eIndien commerciële communicatie deel uitmaakt van een dienst van de informatiemaatschappij of een dergelijke dienst…
- Artikel 3:15fDegenen die diensten van de informatiemaatschappij verlenen of gebruiken kunnen zich richten tot een door Onze Minister…
Afdeling 1B Het voeren van een administratie
- Artikel 3:15iEen ieder die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, is verplicht van zijn vermogenstoestand en van alles…
- Artikel 3:15jOpenlegging van tot een administratie behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers kunnen, voorzover zij…
Afdeling 2 Inschrijvingen betreffende registergoederen
- Artikel 3:16Inschrijving in de openbare registers
- Artikel 3:17Overige inschrijfbare feiten
- Artikel 3:18Worden de bewaarder der registers stukken ter inschrijving aangeboden, dan verstrekt hij de aanbieder een bewijs van…
- Artikel 3:19Indien de voor een inschrijving nodige stukken worden aangeboden, de aangeboden stukken aan de wettelijke eisen voldoen…
- Artikel 3:20De bewaarder der registers weigert een inschrijving te doen, indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel…
- Artikel 3:21Rangorde van inschrijvingen in de registers
- Artikel 3:22Wanneer een feit in de registers is ingeschreven, kan daarna de geldigheid van de inschrijving niet meer worden betwist…
- Artikel 3:23Goede trouw en inhoud van de registers
- Artikel 3:24Bescherming tegen niet-ingeschreven feiten
- Artikel 3:25Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling ter verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere…
- Artikel 3:26Indien op het tijdstip waarop een rechtshandeling ter verkrijging van een recht op een registergoed onder bijzondere…
- Artikel 3:27Hij die beweert enig recht op een registergoed te hebben, kan alle belanghebbenden bij openbare oproeping, en daarnaast…
- Artikel 3:28Is een inschrijving waardeloos, dan zijn degenen te wier behoeve zij anders zou hebben gestrekt, verplicht van deze…
- Artikel 3:29Worden de vereiste verklaringen niet afgegeven, dan verklaart de rechtbank de inschrijving waardeloos op vordering van…
- Artikel 3:30Onverminderd de aansprakelijkheden van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 117…
- Artikel 3:31Waar een wetsbepaling die betrekking heeft op registergoederen, een notariële akte of een notariële verklaring…
Titel 2 Rechtshandelingen
- Artikel 3:32Handelingsbekwaamheid van natuurlijke personen
- Artikel 3:33Wil en verklaring bij rechtshandelingen
- Artikel 3:34Rechtshandeling bij een geestelijke stoornis
- Artikel 3:35Gerechtvaardigd vertrouwen op een verklaring
- Artikel 3:36Bescherming van derden tegen onjuiste schijn
- Artikel 3:37Vorm en ontvangst van verklaringen
- Artikel 3:38Rechtshandeling onder tijdsbepaling of voorwaarde
- Artikel 3:39Nietigheid bij verzuim van voorgeschreven vorm
- Artikel 3:40Strijd met goede zeden, openbare orde of wet
- Artikel 3:41Gedeeltelijke nietigheid van een rechtshandeling
- Artikel 3:42Conversie van een nietige rechtshandeling
- Artikel 3:43Verkrijgingsverbod voor rechters, notarissen en andere functionarissen
- Artikel 3:44Bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:45Actio pauliana bij benadeling van schuldeisers
- Artikel 3:46Vermoeden van wetenschap van benadeling
- Artikel 3:47In geval van benadeling door een rechtshandeling om niet, die de schuldenaar heeft verricht binnen één jaar vóór het…
- Artikel 3:48Onder schuldenaar in de zin van de drie vorige artikelen is begrepen hij op wiens goed voor de schuld van een ander…
- Artikel 3:49Wijze van vernietiging van een rechtshandeling
- Artikel 3:50Vernietiging door buitengerechtelijke verklaring
- Artikel 3:51Vernietiging door rechterlijke uitspraak
- Artikel 3:52Verjaring van de rechtsvordering tot vernietiging
- Artikel 3:53Terugwerkende kracht van vernietiging
- Artikel 3:54Wijziging van gevolgen bij misbruik van omstandigheden
- Artikel 3:55Bevestiging van een vernietigbare rechtshandeling
- Artikel 3:56Voor de toepassing van de artikelen 50-55 gelden mede als partij:
- Artikel 3:57Behoeft een rechtshandeling om het beoogde gevolg te hebben goedkeuring, machtiging, vergunning of enige andere vorm…
- Artikel 3:58Bekrachtiging door later verleende toestemming
- Artikel 3:59Toepassing buiten het vermogensrecht
Titel 3 Volmacht
- Artikel 3:60Begrip volmacht en gevolmachtigde
- Artikel 3:61Verlening van volmacht en schijn van volmacht
- Artikel 3:62Algemene en bijzondere volmacht
- Artikel 3:63Onbekwaamheid van de gevolmachtigde
- Artikel 3:64Verlening van ondervolmacht door de gevolmachtigde
- Artikel 3:65Volmacht aan twee of meer gevolmachtigden
- Artikel 3:66Gevolgen van vertegenwoordiging voor de volmachtgever
- Artikel 3:67Handelen namens een nog te noemen volmachtgever
- Artikel 3:68Gevolmachtigde als wederpartij van de volmachtgever
- Artikel 3:69Bekrachtiging van onbevoegde vertegenwoordiging
- Artikel 3:70Aansprakelijkheid bij handelen zonder volmacht
- Artikel 3:71Bewijs van de volmacht tegenover de wederpartij
- Artikel 3:72Einde van de volmacht
- Artikel 3:73Niettegenstaande de dood of de ondercuratelestelling van de volmachtgever blijft de gevolmachtigde bevoegd de…
- Artikel 3:74Verlening van een onherroepelijke volmacht
- Artikel 3:75Na het einde van de volmacht moet de gevolmachtigde desgevorderd geschriften waaruit de volmacht blijkt, teruggeven of…
- Artikel 3:76Bescherming van derden na einde van de volmacht
- Artikel 3:77Wordt ondanks de dood van de volmachtgever krachtens de volmacht een geldige rechtshandeling verricht, dan worden de…
- Artikel 3:78Overeenkomstige toepassing van de volmachtregels
- Artikel 3:79Overeenkomstige toepassing van de volmachtregels
Titel 4 Verkrijging en verlies van goederen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
- Artikel 3:80Wijzen van verkrijging en verlies van goederen
- Artikel 3:81Vestiging en tenietgaan van beperkte rechten
- Artikel 3:82Afhankelijke rechten volgen het hoofdrecht
Afdeling 2 Overdracht van goederen en afstand van beperkte rechten
- Artikel 3:83Overdraagbaarheid van goederen en vorderingsrechten
- Artikel 3:84Vereisten voor overdracht van een goed
- Artikel 3:85Overdracht onder tijdsbepaling
- Artikel 3:86Bescherming verkrijger te goeder trouw van roerende zaak
- Artikel 3:86aArtikel 86 kan niet worden tegengeworpen aan een lid-staat van de Europese Unie of aan een andere staat die partij is…
- Artikel 3:86bArtikel 86 kan niet worden tegengeworpen aan een verdragsstaat van de op 14 november 1970 te Parijs tot stand gekomen…
- Artikel 3:87Inlichtingenplicht van de verkrijger tegenover de eigenaar
- Artikel 3:87aOm vast te stellen of de bezitter bij de verkrijging van een cultuurgoed als bedoeld in artikel 86a lid 1 of in artikel…
- Artikel 3:88Bescherming bij ongeldigheid van een eerdere overdracht
- Artikel 3:89Levering van onroerende zaken
- Artikel 3:90Levering van roerende zaken door bezitsverschaffing
- Artikel 3:91Levering onder opschortende voorwaarde
- Artikel 3:92Eigendomsvoorbehoud als opschortende voorwaarde
- Artikel 3:93Levering van rechten aan toonder of order
- Artikel 3:94Levering van vorderingen op naam
- Artikel 3:95Levering van overige goederen bij akte
- Artikel 3:96Levering van een aandeel in een goed
- Artikel 3:97Levering van toekomstige goederen bij voorbaat
- Artikel 3:98Toepassing op vestiging en overdracht van beperkte rechten
Afdeling 3 Verkrijging en verlies door verjaring
- Artikel 3:99Verkrijgende verjaring door bezitter te goeder trouw
- Artikel 3:100Hij die een nalatenschap in bezit heeft genomen, kan die nalatenschap en de daartoe behorende goederen niet eerder door…
- Artikel 3:101Een verjaring begint te lopen met de aanvang van de dag na het begin van het bezit.
- Artikel 3:102Meetellen van de bezitstijd van een voorganger
- Artikel 3:103Stuiting van verjaring door verlies van bezit
- Artikel 3:104Wanneer de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt gestuit of verlengd, wordt…
- Artikel 3:105Verkrijging na verjaring van de rechtsvordering
- Artikel 3:106Wanneer de verjaring van de rechtsvordering van een beperkt gerechtigde tegen de hoofdgerechtigde tot opheffing van een…
Titel 5 Bezit en houderschap
- Artikel 3:107Begrip bezit en houderschap
- Artikel 3:108Beoordeling van bezit naar verkeersopvatting
- Artikel 3:109Vermoeden van houden voor zichzelf
- Artikel 3:110Bestaat tussen twee personen een rechtsverhouding die de strekking heeft dat hetgeen de ene op bepaalde wijze zal…
- Artikel 3:111Houder voor een ander blijft houder
- Artikel 3:112Wijzen van verkrijging van bezit
- Artikel 3:113Inbezitneming van een goed
- Artikel 3:114Overdracht van bezit
- Artikel 3:115Bezitsoverdracht door tweezijdige verklaring
- Artikel 3:116Opvolging in bezit onder algemene titel
- Artikel 3:117Verlies van bezit
- Artikel 3:118Bezitter te goeder trouw
- Artikel 3:119Vermoeden dat bezitter rechthebbende is
- Artikel 3:120Vruchten voor de bezitter te goeder trouw
- Artikel 3:121Verplichtingen van de bezitter niet te goeder trouw
- Artikel 3:122Indien de rechthebbende ter bevrijding van de door hem ingevolge de beide vorige artikelen verschuldigde vergoedingen…
- Artikel 3:123Heeft de bezitter van een zaak daaraan veranderingen of toevoegingen aangebracht, dan is hij bevoegd om, in plaats van…
- Artikel 3:124Wanneer iemand een goed voor een ander houdt en dit door een derde als rechthebbende van hem wordt opgeëist, vindt…
- Artikel 3:125Rechtsvorderingen ter bescherming van bezit
Titel 7 Gemeenschap
Afdeling 1 Algemene bepalingen
- Artikel 3:166Begrip gemeenschap en aandelen van deelgenoten
- Artikel 3:167Zaaksvervanging bij een gemeenschap
- Artikel 3:168Regeling van genot, gebruik en beheer
- Artikel 3:169Gebruiksrecht van iedere deelgenoot
- Artikel 3:170Beheer van gemeenschappelijke goederen
- Artikel 3:171Instellen van rechtsvorderingen ten behoeve van gemeenschap
- Artikel 3:172Verdeling van vruchten en uitgaven
- Artikel 3:173Rekening en verantwoording over het beheer
- Artikel 3:174De rechter die ter zake van een vordering tot verdeling bevoegd zou zijn of voor wie een zodanige vordering reeds…
- Artikel 3:175Beschikken over aandeel in gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:176De verkrijger van een aandeel of een beperkt recht daarop moet van de verkrijger onverwijld mededeling doen aan de…
- Artikel 3:177Wordt een gemeenschappelijk goed verdeeld of overgedragen, terwijl op het aandeel van een deelgenoot een beperkt recht…
- Artikel 3:178Recht om verdeling te vorderen
- Artikel 3:179Indien verdeling van een gemeenschappelijk goed wordt gevorderd, kan ieder der deelgenoten verlangen dat alle tot de…
- Artikel 3:180Een schuldeiser die een opeisbare vordering op een deelgenoot heeft, kan verdeling van de gemeenschap vorderen, doch…
- Artikel 3:181Voor het geval dat deelgenoten of zij wier medewerking vereist is, niet medewerken tot een verdeling nadat deze bij…
- Artikel 3:182Begrip verdeling van een gemeenschappelijk goed
- Artikel 3:183De verdeling kan geschieden op de wijze en in de vorm die partijen goeddunkt, mits de deelgenoten en zij wier…
- Artikel 3:184Toerekening van schulden aan de gemeenschap
- Artikel 3:185Verdeling door de rechter
- Artikel 3:186Levering van toegedeelde goederen
- Artikel 3:187De papieren en bewijzen van eigendom, tot de toegedeelde goederen behorende, worden overgegeven aan hem, aan wie de…
- Artikel 3:188Tenzij anders is overeengekomen, zijn deelgenoten verplicht in evenredigheid van hun aandelen elkander de schade te…
Afdeling 2 Enige bijzondere gemeenschappen
- Artikel 3:189Toepassingsgebied van regels voor bijzondere gemeenschappen
- Artikel 3:190Beschikken over aandeel in bijzondere gemeenschap
- Artikel 3:191Tenzij uit de rechtsverhouding tussen de deelgenoten anders voortvloeit, kan ieder der deelgenoten over zijn aandeel in…
- Artikel 3:192Tot de gemeenschap behorende schulden kunnen op de goederen van de gemeenschap worden verhaald.
- Artikel 3:193Een schuldeiser wiens vordering op de goederen der gemeenschap kan worden verhaald, kan de rechter verzoeken een…
- Artikel 3:194Sanctie op verzwijgen van gemeenschapsgoederen
Afdeling 3 Nietige en vernietigbare verdelingen
- Artikel 3:195Nietigheid van verdeling zonder medewerking van allen
- Artikel 3:196Vernietiging van verdeling wegens benadeling
- Artikel 3:197De bevoegdheid tot vernietiging van een verdeling uit hoofde van benadeling vervalt, wanneer de andere deelgenoten aan…
- Artikel 3:198Wordt een beroep in rechte op vernietigbaarheid van een verdeling gedaan, dan kan de rechter, onverminderd het in de…
- Artikel 3:199Op een verdeling zijn de artikelen 228-230 van Boek 6 niet van toepassing.
- Artikel 3:200Een rechtsvordering tot vernietiging van een verdeling vervalt door verloop van drie jaren na de verdeling.
Titel 8 Vruchtgebruik
- Artikel 3:201Begrip en inhoud van vruchtgebruik
- Artikel 3:202Vruchtgebruik ontstaat door vestiging of door verjaring.
- Artikel 3:203Duur en einde van het vruchtgebruik
- Artikel 3:205Beschrijving van de goederen bij aanvang
- Artikel 3:206Zekerheidstelling door de vruchtgebruiker
- Artikel 3:207Een vruchtgebruiker mag de aan het vruchtgebruik onderworpen goederen gebruiken of verbruiken overeenkomstig de bij de…
- Artikel 3:208Van zaken die aan het vruchtgebruik zijn onderworpen, mag de vruchtgebruiker de bestemming die deze bij de aanvang van…
- Artikel 3:209De vruchtgebruiker is verplicht het voorwerp van zijn vruchtgebruik ten behoeve van de hoofdgerechtigde te verzekeren…
- Artikel 3:210Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker bevoegd in en buiten rechte nakoming te eisen van aan…
- Artikel 3:211Ook wanneer bij de beschrijving of in een jaarlijkse opgave een of meer goederen die aan het vruchtgebruik onderworpen…
- Artikel 3:212Voor zover de aan een vruchtgebruik onderworpen goederen bestemd zijn om vervreemd te worden, is de vruchtgebruiker tot…
- Artikel 3:213Zaaksvervanging bij vruchtgebruik
- Artikel 3:214Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, moeten gelden die tot het vruchtgebruik behoren, in overleg met de…
- Artikel 3:215Bevoegdheid tot vervreemding en vertering
- Artikel 3:216Recht van de vruchtgebruiker op de vruchten
- Artikel 3:217De vruchtgebruiker is bevoegd de aan het vruchtgebruik onderworpen zaken te verhuren of te verpachten, voor zover bij…
- Artikel 3:218Tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak…
- Artikel 3:219Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 88 en 197 van Boek 2 en artikel 123 van Boek 5, blijft de uitoefening van…
- Artikel 3:220Gewone lasten en herstellingen worden door de vruchtgebruiker gedragen en verricht.
- Artikel 3:221Indien de vruchtgebruiker in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen, kan de rechtbank op…
- Artikel 3:222Wanneer een nalatenschap, onderneming of soortgelijke algemeenheid in vruchtgebruik is gegeven, kan de hoofdgerechtigde…
- Artikel 3:223Een vruchtgebruiker kan zijn recht overdragen of bezwaren zonder dat daardoor de duur van het recht gewijzigd wordt.
- Artikel 3:224Indien een vruchtgebruiker uit hoofde van de aan het vruchtgebruik verbonden lasten en verplichtingen op zijn kosten…
- Artikel 3:225Na het eindigen van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden de verplichting de goederen…
- Artikel 3:226Rechten van gebruik en bewoning
Titel 9 Rechten van pand en hypotheek
Afdeling 1 Algemene bepalingen
- Artikel 3:227Begrip pandrecht en hypotheekrecht
- Artikel 3:228Op alle goederen die voor overdracht vatbaar zijn, kan een recht van pand hetzij van hypotheek worden gevestigd.
- Artikel 3:229Zaaksvervanging bij pand en hypotheek
- Artikel 3:230Ondeelbaarheid van pand en hypotheek
- Artikel 3:231Zekerheid voor bestaande en toekomstige vorderingen
- Artikel 3:233De pand- of hypotheekgever die niet tevens de schuldenaar is, is aansprakelijk voor waardevermindering van het goed…
- Artikel 3:234Indien voor een zelfde vordering zowel goederen van de schuldenaar als van een derde zijn verpand of verhypothekeerd…
- Artikel 3:235Nietigheid van het vervalbeding
Afdeling 2 Pandrecht
- Artikel 3:236Vestiging van vuistpand en openbaar pandrecht
- Artikel 3:237Bezitloos pandrecht op roerende zaken
- Artikel 3:238Bescherming van de pandhouder te goeder trouw
- Artikel 3:239Stil pandrecht op vorderingen op naam
- Artikel 3:240Pandrecht op een aandeel in een goed wordt gevestigd op overeenkomstige wijze en met overeenkomstige gevolgen als…
- Artikel 3:241De pandhouder is verplicht desgevorderd aan de pandgever een schriftelijke verklaring af te geven van de aard en, voor…
- Artikel 3:242Een pandhouder is niet bevoegd het goed dat hij in pand heeft, te herverpanden, tenzij deze bevoegdheid hem…
- Artikel 3:243Hij die uit hoofde van een pandrecht een zaak onder zich heeft, moet als een goed pandhouder voor de zaak zorgdragen.
- Artikel 3:244Tenzij anders is bedongen, strekt een pandrecht tot zekerheid van een of meer bepaalde vorderingen tevens tot zekerheid…
- Artikel 3:245Tot het instellen van rechtsvorderingen tegen derden ter bescherming van het verpande goed is zowel de pandhouder als…
- Artikel 3:246Inningsbevoegdheid bij verpande vorderingen
- Artikel 3:247Buiten de gevallen, geregeld in de artikelen 89 en 198 van Boek 2, blijft de uitoefening van stemrecht, verbonden aan…
- Artikel 3:248Parate executie door de pandhouder
- Artikel 3:249Kennisgeving van voorgenomen verkoop
- Artikel 3:250Openbare verkoop van het verpande goed
- Artikel 3:251Afwijkende wijze van verkoop van het pand
- Artikel 3:252Tenzij anders is bedongen, is de pandhouder verplicht, voor zover hem dit redelijkerwijze mogelijk is, uiterlijk op de…
- Artikel 3:253Afrekening na verkoop van het verpande goed
- Artikel 3:254Wanneer op roerende zaken die volgens verkeersopvatting bestemd zijn om een bepaalde onroerende zaak duurzaam te dienen…
- Artikel 3:255Bestaat het pand uit geld dan is de pandhouder, zodra zijn vordering opeisbaar is geworden, zonder voorafgaande…
- Artikel 3:256Wanneer een pandrecht is tenietgegaan, is de pandhouder verplicht te verrichten hetgeen zijnerzijds nodig is opdat de…
- Artikel 3:257Indien degene die uit hoofde van een pandrecht een zaak onder zich heeft, in ernstige mate in de zorg voor de zaak…
- Artikel 3:258Tenietgaan van vuistpand bij terugkeer van de zaak
Afdeling 3 Pandrecht van certificaathouders
- Artikel 3:259Wanneer iemand door het uitgeven van certificaten derden doet delen in de opbrengst van door hem op eigen naam…
Afdeling 4 Recht van hypotheek
- Artikel 3:260Vestiging van hypotheek
- Artikel 3:261Is bij een koopovereenkomst hypotheek op het verkochte goed tot waarborg van onbetaalde kooppenningen bedongen en is…
- Artikel 3:262Rangwisseling tussen hypotheekrechten
- Artikel 3:263Tenzij in de hypotheekakte anders is bepaald, strekt een hypotheek tot zekerheid van een of meer bepaalde vorderingen…
- Artikel 3:264Huurbeding bij hypotheek
- Artikel 3:265Indien de hypotheekakte een uitdrukkelijk beding bevat, volgens hetwelk de hypotheekgever de inrichting of gedaante van…
- Artikel 3:266Is een zaak aan hypotheek onderworpen en heeft de hypotheekgever hieraan na de vestiging van de hypotheek veranderingen…
- Artikel 3:267Beheersbeding bij hypotheek
- Artikel 3:267aDe hypotheekgever, alsmede eenieder die een tot bewoning bestemde onroerende zaak gebruikt, is verplicht te dulden dat…
- Artikel 3:268Parate executie door de hypotheekhouder
- Artikel 3:269Tot op het tijdstip van de toewijzing ter veiling of van de goedkeuring door de voorzieningenrechter van de onderhandse…
- Artikel 3:270De koper is gehouden de koopprijs te voldoen in handen van de notaris, te wiens overstaan de openbare verkoop heeft…
- Artikel 3:271Na de betaling van de koopprijs zijn alle in het vijfde lid van het vorige artikel genoemde belanghebbenden bevoegd een…
- Artikel 3:272Een verkoper die van de notaris betaling heeft ontvangen, is verplicht desverlangd aan hem wiens goed is verkocht, en…
- Artikel 3:273Zuivering van hypotheken en beslagen na executie
- Artikel 3:274Medewerking aan doorhaling van vervallen hypotheek
- Artikel 3:275Een volmacht tot het afleggen van een verklaring als bedoeld in het vorige artikel moet schriftelijk zijn verleend.
Titel 10 Verhaalsrecht op goederen
Afdeling 1 Algemene bepalingen
- Artikel 3:276Verhaal op alle goederen van de schuldenaar
- Artikel 3:277Gelijkheid van schuldeisers en redenen van voorrang
- Artikel 3:278Pand, hypotheek en voorrecht als bron van voorrang
- Artikel 3:279Pand en hypotheek gaan boven voorrechten
- Artikel 3:280Bijzondere voorrechten gaan boven algemene voorrechten
- Artikel 3:281Onderscheiden voorrechten die op hetzelfde bepaalde goed rusten, hebben gelijke rang, tenzij de wet anders bepaalt.
- Artikel 3:282Indien door een executie een ander beperkt recht dan pand of hypotheek vervalt, omdat het niet kan worden ingeroepen…
Afdeling 2 Bevoorrechte vorderingen op bepaalde goederen
- Artikel 3:283Een voorrecht op een bepaald goed strekt zich mede uit over vorderingen tot vergoedingen die in de plaats van dat goed…
- Artikel 3:284Voorrecht voor kosten tot behoud
- Artikel 3:285Voorrecht voor vordering wegens bewerking van een zaak
- Artikel 3:286De door een appartementseigenaar of een vruchtgebruiker van een appartementsrecht aan de gezamenlijke…
- Artikel 3:287Voorrecht van benadeelde op vordering op verzekeraar
Afdeling 3 Bevoorrechte vorderingen op alle goederen
- Artikel 3:288Algemene voorrechten op alle goederen
- Artikel 3:289Eveneens bevoorrecht op alle goederen zijn de vorderingen die zijn ontstaan uit de oplegging van de in de artikelen 49…
Afdeling 4 Retentierecht
- Artikel 3:290Begrip en inhoud van retentierecht
- Artikel 3:291Retentierecht tegenover derden
- Artikel 3:292Verhaal met voorrang door de retentor
- Artikel 3:293Het retentierecht kan mede worden uitgeoefend voor de kosten die de schuldeiser heeft moeten maken ter zake van de zorg…
- Artikel 3:294Tenietgaan van het retentierecht
- Artikel 3:295Opeisingsrecht van de retentor na verlies
Titel 11 Rechtsvorderingen
- Artikel 3:296Veroordeling tot nakoming van een verplichting
- Artikel 3:297Indien een prestatie door tenuitvoerlegging van een executoriale titel wordt afgedwongen, heeft dit dezelfde…
- Artikel 3:298Vervolgen twee of meer schuldeisers ten aanzien van één goed met elkaar botsende rechten op levering, dan gaat in hun…
- Artikel 3:299Vervangende machtiging om prestatie zelf te bewerkstelligen
- Artikel 3:300Rechterlijke uitspraak in plaats van een akte
- Artikel 3:301Inschrijving van een uitspraak die akte vervangt
- Artikel 3:302Verklaring voor recht
- Artikel 3:303Geen rechtsvordering zonder voldoende belang
- Artikel 3:304Rechtsvordering niet los van het recht overdraagbaar
- Artikel 3:305De in de voorgaande artikelen van deze titel aan de rechter toegekende bevoegdheden komen mede aan arbiters toe, tenzij…
- Artikel 3:305aEen stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid kan een rechtsvordering instellen die strekt tot…
- Artikel 3:305bEen rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van Boek 2 kan een rechtsvordering instellen die strekt tot bescherming van…
- Artikel 3:305cEen organisatie of openbaar lichaam met zetel buiten Nederland welke geplaatst is op de lijst, bedoeld in artikel 5…
- Artikel 3:305caOp een rechtsvordering als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement…
- Artikel 3:305dHet gerechtshof Den Haag kan op verzoek van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens…
- Artikel 3:305eOnze Minister voor Rechtsbescherming wijst op aanvraag van een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid…
- Artikel 3:306Verjaring van rechtsvorderingen: hoofdregel
- Artikel 3:307Verjaring van een vordering tot nakoming
- Artikel 3:308Verjaring van rente en periodieke betalingen
- Artikel 3:309Verjaring van vordering uit onverschuldigde betaling
- Artikel 3:310Verjaring van een vordering tot schadevergoeding
- Artikel 3:310aEen rechtsvordering tot opeising van een roerende zaak die krachtens de nationale wetgeving van een lid-staat van de…
- Artikel 3:310bEen rechtsvordering tot opeising van een roerende zaak die krachtens de Erfgoedwet als beschermd cultuurgoed is…
- Artikel 3:310cEen rechtsvordering tot teruggave van een roerende zaak op grond van artikel 6.7 van de Erfgoedwet verjaart door…
- Artikel 3:310dEen rechtsvordering tot bescherming van een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 5, 6 en 9 van de Wet bescherming…
- Artikel 3:311Verjaring van de rechtsvordering tot ontbinding
- Artikel 3:312Rechtsvorderingen terzake van een tekortkoming in de nakoming, alsmede die tot betaling van wettelijke of bedongen…
- Artikel 3:313Indien de wet niet anders bepaalt, begint de termijn van verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een…
- Artikel 3:314Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:315De termijn van verjaring van een rechtsvordering tot opeising van een nalatenschap begint met de aanvang van de dag…
- Artikel 3:316Stuiting door het instellen van een eis
- Artikel 3:317Stuiting door een schriftelijke aanmaning
- Artikel 3:318Stuiting door erkenning
- Artikel 3:319Nieuwe verjaringstermijn na stuiting
- Artikel 3:320Verlenging van de verjaringstermijn
- Artikel 3:321Verlenging van verjaring tussen bepaalde personen
- Artikel 3:322Geen ambtshalve toepassing en afstand van verjaring
- Artikel 3:323Door voltooiing van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis gaan de pand- of…
- Artikel 3:324Verjaring van tenuitvoerlegging van een uitspraak
- Artikel 3:325Op de verjaring van het vorige artikel zijn de artikelen 319-323 van overeenkomstige toepassing.
- Artikel 3:326Toepassing buiten het vermogensrecht
Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.