Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:203 BW

Duur en einde van het vruchtgebruik redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Vruchtgebruik kan worden gevestigd ten behoeve van één persoon, ofwel ten behoeve van twee of meer personen hetzij gezamenlijk hetzij bij opvolging. In het laatste geval moeten ook de later geroepenen op het ogenblik van de vestiging bestaan.

  2. 2

    Vruchtgebruik kan niet worden gevestigd voor langer dan het leven van de vruchtgebruiker. Vruchtgebruik ten behoeve van twee of meer personen wast bij het einde van het recht van een hunner bij dat van de anderen aan, bij ieder in evenredigheid van zijn aandeel, en eindigt eerst door het tenietgaan van het recht van de laatst overgeblevene, tenzij anders is bepaald.

  3. 3

    Is de vruchtgebruiker een rechtspersoon, dan eindigt het vruchtgebruik door ontbinding van de rechtspersoon, en in ieder geval na verloop van dertig jaren na de dag van vestiging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:186Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2023 (civiel recht)

    Inhoud volmacht. Bewijslast. Schijn van volmacht. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:PHR:2010:BL7276Parket bij de Hoge Raad, 9 juli 2010 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting, artikel 3.92, lid 1, letter a, Wet IB 2001. Terbeschikkingstellingsregeling; voor de toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling geldt geen onderscheid tussen tijdelijke en…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BB4204Parket bij de Hoge Raad, 26 oktober 2007 (civiel recht)

    Antillenzaak. Timeshare-overeenkomst voor appartementen op erfpachtgrond, huurovereenkomst in de zin van art. 7A:1565 BWNA?; concordantiebeginsel, reikwijdte, anticiperende wetsuitleg; cassatie…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:5750Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2025 (personen- en familierecht)

    Artikel 10:57 lid 1 BW. Sprake van behoorlijke rechtspleging. Erkenning Marokkaanse echtscheidingsbeschikking. Verzoek vrouw tot echtscheiding afgewezen bij geen belang. Partneralimentatie. Correctie…

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3012Gerechtshof Amsterdam, 26 september 2023 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. In geschil is of sprake is van een belaste verkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV. Het Hof oordeelt dat belanghebbende bij akte een samenstel van rechten en…

  • ECLI:NL:RBZWB:2023:2733Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19 april 2023 (civiel recht)

    Erfrecht, tweetrapsmaking, omvang bezwaard vermogen, vruchten van de nalatenschap, vermenging en schenkingen.

  • ECLI:NL:OGEAC:2022:302Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 7 november 2022 (civiel recht)

    Huurder kantoorpand kon na overlijden verhuurster niet bevrijdend blijven betalen op haar rekening. Verhuurster was vruchtgebruikster en het vruchtgebruik eindigde met haar dood (3:203 BW). De…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:4672Rechtbank Limburg, 15 juni 2022 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Is de aannemer schadeplichtig jegens de eigenaar van het naburig pand voor het beschadigd raken van dat pand door het uitvoeren van sloop- en bouwwerkzaamheden. De rechtbank komt…

15 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.