Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:324 BW

Verjaring van tenuitvoerlegging van een uitspraak redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak verjaart door verloop van twintig jaren na de aanvang van de dag, volgende op die van de uitspraak, of, indien voor tenuitvoerlegging daarvan vereisten zijn gesteld waarvan de vervulling niet afhankelijk is van de wil van degene die de uitspraak heeft verkregen, na de aanvang van de dag, volgende op die waarop deze vereisten zijn vervuld.

  2. 2

    Wordt vóórdat de verjaring is voltooid, door een der partijen ter aantasting van de ten uitvoer te leggen veroordeling een rechtsmiddel of een eis ingesteld, dan begint de termijn eerst met de aanvang van de dag, volgende op die waarop het geding daarover is geëindigd.

  3. 3

    De verjaringstermijn bedraagt vijf jaren voor wat betreft hetgeen ingevolge de uitspraak bij het jaar of kortere termijn moet worden betaald.

  4. 4

    Voor wat betreft renten, boeten, dwangsommen en andere bijkomende veroordelingen, treedt de verjaring, behoudens stuiting of verlenging, niet later in dan de verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de hoofdveroordeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1296Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de…

  • ECLI:NL:HR:2024:1904Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Procesrecht. Dwangsommen. Verjaring. Stuiting. Art. 611g lid 1 Rv. Art. 3:324 lid 1 BW. Stuit door dwangsomschuldenaar aanhangig gemaakt executiegeschil verjaringstermijn van art. 611g lid 1 Rv?

  • ECLI:NL:PHR:2024:1005Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens…

  • ECLI:NL:HR:2024:1311Hoge Raad, 27 september 2024 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Verjaring. Collectieve actie op voet van art. 3:305a (oud) BW waarin verklaring voor recht is toegewezen. Geldt zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW t.a.v. op collectieve actie…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11055Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet. Kredietovereenkomst. Rechtsgeldige cessie. Geen verjaring van de hoofdsom. Gedaagde partij is kredietovereenkomst aangegaan. Geen handtekeningenonderzoek. Rentevordering deels verjaard.…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7183Rechtbank Gelderland, 2 september 2026 (personen- en familierecht)

    Partijen hebben verschillen van mening over de uitleg van de ten tijde van hun echtscheiding in het convenant gemaakte afspraken gemaakt over de pensioenaanspraken. Haviltex. Heeft de man aan zijn…

  • ECLI:NL:GHARL:2025:7501Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 november 2025 (civiel recht)

    Procedure na cassatie en verwijzing. Executiegeschil. Art. 611g lid 1 Rv. Het hof oordeelt dat het beroep op de verjaring van dwangsommen slaagt en niet naar maatstaven van redelijkheid en…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:12424Rechtbank Rotterdam, 22 oktober 2025 (goederenrecht)

    Diefstal in Nederland van Duitse Porsche. Duitse verzekeraar vordert afgifte na uitkering diefstalschade van Nederlandse koper. Koper is verkrijger te goeder trouw (artikel 3:86 BW). Beslag op auto…

200 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.