Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:236 BW

Vestiging van vuistpand en openbaar pandrecht redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Pandrecht op een roerende zaak, op een recht aan toonder of order, of op het vruchtgebruik van een zodanige zaak of recht, wordt gevestigd door de zaak of het toonder- of orderpapier te brengen in de macht van de pandhouder of van een derde omtrent wie partijen zijn overeengekomen. De vestiging van een pandrecht op een recht aan order of op het vruchtgebruik daarvan vereist tevens endossement.

  2. 2

    Op andere goederen wordt pandrecht gevestigd op overeenkomstige wijze als voor de levering van het te verpanden goed is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2019:1175Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2019 (civiel recht)

    Goederenrecht. Verpanding van auteursrecht op software. Is voldaan aan vereiste dat het object van pandrecht in de pandakte voldoende bepaald dan wel bepaalbaar is? Art. 3:84 lid 2 BW en art. 3:98 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2019:845Parket bij de Hoge Raad, 30 augustus 2019 (intellectueel-eigendomsrecht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is vordering stil verpand, zonder dat deze was vermeld in pandakte? Uitleg pandakte. Bepaaldheidsvereiste; art. 3:84 lid 2 jo. art. 3:98 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2019:786Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2019 (goederenrecht)

    Goederenrecht. Vraag of pandrecht kan worden gevestigd op een assurantieportefeuille (art. 3:228 BW). Is assurantieportefeuille een goed in de zin van art. 3:1 BW? Betekenis van art. 4:103 lid 4 Wft.

  • ECLI:NL:HR:2019:268Hoge Raad, 22 februari 2019 (civiel recht)

    Pandrecht. Vestigingshandelingen voor stil pandrecht (met inachtneming van grondslagvereiste van art. 3:239 lid 1 BW voor pandrecht op toekomstige vorderingen) en openbaar pandrecht in één akte?…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:3005Gerechtshof Amsterdam, 20 oktober 2026 (civiel recht)

    Gevorderde afgifte van olie opgeslagen in een tank af is niet toewijsbaar omdat daarop een vuistpand is gevestigd en aan alle voorwaarden die daaraan worden gesteld naar het voorlopig oordeel van het…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:5118Rechtbank Noord-Holland, 11 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    UTB vordert afgifte door Chane van een voorraad HVO. Volgens UTB heeft zij de voorraad gekocht van Kolmar Group en is de voorraad nadien, door de vennootschap KVA, die voor UTB de op- en overslag van…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:475Rechtbank Gelderland, 7 januari 2026 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Heeft informeel samenwoner van overledene jegens de erven aanspraak op betaling van het bedrag dat de levenverzekeraar aan de hypotheekhouder heeft betaald, waardoor de woning…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:9284Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2023 (verbintenissenrecht)

    Verzoek ex artikel 3:251 lid 1 BW. Verzoeker stelt een pandrecht te hebben op een partij ethanol die in de Rotterdamse haven is opgeslagen. De voorzieningenrechter wordt verzocht te bepalen dat de…

55 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.