Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:94 BW

Levering van vorderingen op naam redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    Buiten de in het vorige artikel geregelde gevallen worden tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen rechten geleverd door een daartoe bestemde akte, en mededeling daarvan aan die personen door de vervreemder of verkrijger.

  2. 2

    De levering van een tegen een bepaalde, doch op de dag waarop de akte wordt opgemaakt onbekende persoon uit te oefenen recht dat op die dag aan de vervreemder toebehoort, werkt terug tot die dag, indien de mededeling met bekwame spoed wordt gedaan, nadat die persoon bekend is geworden.

  3. 3

    Deze rechten kunnen ook worden geleverd door een daartoe bestemde authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan de personen tegen wie die rechten moeten worden uitgeoefend, mits deze rechten op het tijdstip van de levering reeds bestaan of rechtstreeks zullen worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding. De levering kan niet worden tegengeworpen aan de personen tegen wie deze rechten moeten worden uitgeoefend dan na mededeling daarvan aan die personen door de vervreemder of de verkrijger. Voor de verkrijger van een recht dat overeenkomstig de eerste zin is geleverd, geldt artikel 88 lid 1 slechts, indien hij te goeder trouw is op het tijdstip van de in tweede zin bedoelde mededeling.

  4. 4

    De personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel wordt ter hand gesteld. Bedingen die voor deze personen van geen belang zijn, behoeven daarin niet te worden opgenomen. Is van een titel geen akte opgemaakt, dan moet hun de inhoud, voor zover voor hen van belang, schriftelijk worden medegedeeld.

  5. 5

    Indien een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 3, eerste zin, wordt overgedragen, wordt de mededeling, bedoeld in lid 1 dan wel lid 3, schriftelijk gedaan. De voorgaande zin is niet van toepassing indien een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 4 wordt overgedragen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1148Hoge Raad, 3 juli 2026 (goederenrecht)

    Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste (art. 3:84 lid 2 BW); vaststelling welke vorderingen zijn overgedragen aan de hand van objectieve gegevens. Samenhang met zaak 25/01509.

  • ECLI:NL:PHR:2026:176Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2026 (insolventierecht)

    Renvooiprocedure. Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste. Klachten dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan het vereiste van ‘voldoende bepaaldheid’ van art. 3:84 lid 2 BW en…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1252Parket bij de Hoge Raad, 14 november 2025 (goederenrecht)

    Goederenrecht. Cessie van btw-vordering. Beschikkingsonbevoegdheid. Derdenbescherming. Art. 3:36 BW. Vereisten mededeling cessie ex art. 3:94 lid 1 BW. Vermelden naam cedent.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1062Parket bij de Hoge Raad, 3 oktober 2025 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Burenrecht. Kwalitatieve verplichting. Burengeschil over beplanting op erf. Uitleg verplichting in notariële akte dat heg niet hoger zal worden dan 1,50 meter. Grenzen van de…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11055Rechtbank Limburg, 14 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Verzet. Kredietovereenkomst. Rechtsgeldige cessie. Geen verjaring van de hoofdsom. Gedaagde partij is kredietovereenkomst aangegaan. Geen handtekeningenonderzoek. Rentevordering deels verjaard.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27570Rechtbank Den Haag, 17 september 2026 (burgerlijk procesrecht)

    Overgang van onderneming. Niewe werkgever vordert verklaring voor recht dat werknemer in dienst van oude werkgever is gebleven. Vordering wordt afgewezen, omdat eiseres geen onmiddellijk betrokken…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:9032Rechtbank Amsterdam, 4 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Consumentenkoop; cessie. Geen reële mogelijkheid geboden om voorafgaande aan de dagvaarding aan de betaalverplichting te voldoen, afwijzing proceskostenveroordeling. Niet voldaan aan vereisten van…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2026:260Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    Curacao; Online gaming. Algemene voorwaarden geldig. Redelijke mogelijkheid ervan kennis te nemen en opslaan. Artikel 6:234 lid 2 BW.Artikel 6 lid 1 Landsverordening overeenkomsten langs…

752 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.