Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 18 september 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7169Zaaknummer C/16/611029 / FO RK 26-611

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
C/16/611029 / FO RK 26-611
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gezamenlijke voogdij artikel 1:282 BW, erkenning Oekraïnse beslissing

De rechtbank:

4.1.

benoemt [de tante], geboren op [geboortedatum 4] 1976 in [geboorteplaats] (Sovjet-Unie), samen met [de oma], geboren op [geboortedatum 5] 1956 in de Sovjet-Unie, tot voogd over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] (Oekraïne);

4.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 1 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

SC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/611029 / FO RK 26-611

Datum uitspraak: 18 september 2026

Beschikking van de rechtbank over de gezamenlijke voogdij

in de zaak van

[de oma], hierna: de oma,

wonende in [plaats 1],

en

[de tante], hierna: de tante,

wonende in [plaats 1].

advocaat mr. J.J. van Ewijk,

over het kind:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] (Oekraïne),

hierna: [minderjarige].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Op 1 mei 2026 heeft de rechtbank het verzoekschrift (met bijlagen) ontvangen.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de oma en de tante met hun advocaat, bijgestaan door een tolk: H. Unguryan;
  • [A.] en [B.] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

De rechtbank heeft bijzondere toestemming verleend voor aanwezigheid bij de zitting aan de partner van de tante, [C.].

1.3.

De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om de hierna vermelde minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid te stellen om aan de kinderrechter te vertellen wat zij van het verzoek vindt. De kinderrechter is daartoe alleen verplicht bij kinderen die twaalf jaar of ouder zijn. Als ze jonger zijn mág de kinderrechter dat doen.

2 De feiten

2.1.

[de moeder], geboren op [geboortedatum 2] 1982, en [de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1984 zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige]. De vader is overleden op [datum overlijden 1] 2020. De moeder is overleden op [datum overlijden 2] 2022.

2.2.

Bij beschikking van 13 april 2023 van het militair Stadsbestuur van [plaats 2] is de oma aangesteld als voogdes over [minderjarige].

2.3.

Alle betrokkenen hebben de Oekraïense nationaliteit.

2.4.

[minderjarige] woont bij de oma en de tante.

2.5.

De oma en de tante verzoeken hen gezamenlijk te belasten met de voogdij over [minderjarige].

3 De beoordeling

Bevoegdheid rechtbank, toepasselijk recht en erkenning

3.1.

De rechtbank moet eerst beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is om te beslissen op de verzoeken. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.

3.2.

De Nederlandse rechter is bevoegd om de verzoeken te beoordelen, omdat [minderjarige] in Nederland woont.[_fc8815d2-765d-4a34-ae66-5bc283602c24] Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is het Nederlandse recht van toepassing op het verzoek.

3.3.

Voordat de rechtbank aan de vraag toekomt of de tante en de oma gezamenlijk met de voogdij belast kunnen worden, zal de rechtbank ambtshalve beoordelen of de uitspraak van 13 april 2023 van het militair Stadsbestuur van [plaats 2] (Oekraïne) in Nederland kan worden erkend.

De toekenning, de uitoefening, de beëindiging of de beperking van ouderlijke verantwoordelijkheid, alsmede de overdracht ervan, en voogdij vallen binnen het materieel toepassingsgebied van het HKBV 1996[_42a04d17-ff2f-4c42-b6b9-748e0e8d314a]. Oekraïne en Nederland zijn beide partij bij dit verdrag. Artikel 23 HKBV 1996 bepaalt dat de maatregelen die door de autoriteiten van een verdragsluitende staat zijn genomen van rechtswege in alle andere verdragsluitende staten worden erkend.

De beslissing

3.4.

De rechtbank zal de tante en de oma gezamenlijk belasten met de voogdij over [minderjarige], zoals verzocht. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank deze beslissing neemt.

De toelichting

3.5.

De rechter kan op eensluidend verzoek van de voogd en een ander die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat bepalen dat de voogdij door hen gezamenlijk wordt uitgeoefend.[_b2572a03-315b-4dbb-8ddd-335a0ca41852] Het verzoek wordt afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.[_b46fa487-95e3-4836-b17b-a19415813413]

3.6.

Niet is gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat de belangen van [minderjarige] worden verwaarloosd bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij door de tante en de oma over [minderjarige]. [minderjarige] woont nu samen met haar opa, oma, tante, oom en hun drie kinderen. De oma en tante hebben toegelicht dat het gelet op de leeftijd en de verslechterde gezondheid van de oma wenselijk is dat de tante ook met de voogdij wordt belast, zodat zij samen beslissingen over [minderjarige] kunnen nemen. Met name omdat de tante nauw betrokken is bij de opvoeding en verzorging van [minderjarige] en [minderjarige] de tante als een ouderfiguur ziet.

3.7.

Op de zitting is verder besproken dat het goed is voor [minderjarige] om op de hoogte te zijn van wie haar ouders waren en waar zij vandaan kwamen. Dit is voor haar identiteitsontwikkeling erg belangrijk. De oma en de tante [minderjarige] hebben verteld dat zij hier aandacht voor hebben.

3.8.

De Raad heeft geen bezwaar geuit tegen het verzoek van de tante en de oma.

3.9.

Gelet op het hiervoor vermelde en aangezien niet is gebleken van een andere grond waarop het verzoek van de tante en de oma moet worden afgewezen, wijst de rechtbank het verzoek toe.

3.10.

De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

benoemt [de tante], geboren op [geboortedatum 4] 1976 in [geboorteplaats] (Sovjet-Unie), samen met [de oma], geboren op [geboortedatum 5] 1956 in de Sovjet-Unie, tot voogd over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats] (Oekraïne);

4.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026 door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 1 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

SC

Voetnoten

  1. Artikel 7 Brussel II-ter.
  2. Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging [...] en maatregelen ter bescherming van kinderen, 's-Gravenhage, 19-10-1996.
  3. Artikel 1:282 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
  4. Artikel 1:282 lid 3 BW.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.