Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 74 Sr

Transactie ter voorkoming van strafvervolging redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    De officier van justitie kan voor de aanvang van de terechtzitting een of meer voorwaarden stellen ter voorkoming van de strafvervolging wegens misdrijven, met uitzondering van die waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld van meer dan zes jaar, en wegens overtreding. Door voldoening aan die voorwaarden vervalt het recht tot strafvordering.

  2. 2

    De volgende voorwaarden kunnen worden gesteld: a.betaling aan de staat van een geldsom, te bepalen op ten minste € 3 en ten hoogste het maximum van de geldboete die voor het feit kan worden opgelegd; b.afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer; c.uitlevering, of voldoening aan de staat van de geschatte waarde, van voorwerpen die vatbaar zijn voor verbeurdverklaring; d.voldoening aan de staat van een geldbedrag of overdracht van inbeslaggenomen voorwerpen ter gehele of gedeeltelijke ontneming van het ingevolge artikel 36e voor ontneming vatbare wederrechtelijk verkregen voordeel; e.gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door het strafbare feit veroorzaakte schade; f.het verrichten van onbetaalde arbeid of het volgen van een leerproject gedurende ten hoogste honderdtwintig uren.

  3. 3

    De officier van justitie doet in geval van misdrijf aan de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop hij die voorwaarden heeft gesteld.

  4. 4

    Artikel 6:1:1 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing op de op grond van het eerste lid gestelde voorwaarden.

  5. 5

    Op de in het tweede lid, onder f, bedoelde voorwaarde is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 22b, 22c, eerste lid, en de artikelen 6:1:9, 6:3:1, tweede lid, en 6:3:6 van het Wetboek van Strafvordering met betrekking tot taakstraffen, van overeenkomstige toepassing. Bij het verrichten van de onbetaalde arbeid of het leerproject wordt de identiteit van de veroordeelde vastgesteld op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. De onbetaalde arbeid of het leerproject wordt binnen een termijn van negen maanden na instemming met de voorwaarde voltooid.

  6. 6

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de nakoming van de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de geldsom, de termijn waarbinnen die betaling moet zijn geschied en de verantwoording van de ontvangen geldbedragen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de nakoming van de overige in het tweede lid bedoelde voorwaarden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1012Hoge Raad, 7 juli 2026 (strafrecht)

    Beschikking Rb op vordering OvJ ex art. 552f.2 Sv tot onttrekking aan het verkeer van auto. Ontvankelijkheid cassatieberoep. Heeft belanghebbende belang bij behandeling van cassatieberoep tegen…

  • ECLI:NL:PHR:2026:550Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art.2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon. Eerste…

  • ECLI:NL:PHR:2026:552Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art. 2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan…

  • ECLI:NL:PHR:2026:553Parket bij de Hoge Raad, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan medeplegen van overtreding van voorschrift gesteld krachtens art. 2.1 lid 1, aanhef en onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:21977Rechtbank Den Haag, 29 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Onrechtmatig delen van politie informatie; artikel 19 Wet Politiegegevens.

  • ECLI:NL:PHR:2026:486Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Cassatieberoep belanghebbende tegen toewijzing rechtbank van afzonderlijke vordering tot onttrekking auto aan het verkeer (art. 552f Sv). Middel tegen oordeel dat voorwerp verband houdt…

  • ECLI:NL:PHR:2026:487Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag tegen voorwaarde transactie inhoudende afstand doen van een auto en € 250.000 (art. 552ab Sv). Middelen klagen over de door de rechtbank aangelegde maatstaf en tegen het oordeel…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:4038Rechtbank Limburg, 28 april 2026 (bestuursrecht)

    Omgevingsrecht. Intrekking van een jachtakte en wapenverlof. Eiser is het niet eens met de intrekkingen en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelt dat de minister…

221 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.