Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 207 Sr

Meineed en valse verklaring onder ede redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2026

  1. 1

    Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling of schriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde, opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  2. 2

    Indien de valse verklaring is afgelegd in een strafzaak ten nadele van de beklaagde of verdachte, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  3. 3

    Met de eed staat gelijk de belofte of bevestiging die krachtens de wet voor de eed in de plaats treedt.

  4. 4

    Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4° , vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1116Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Herziening ten nadele door OM. Vrijspraak t.z.v. moord op vrouw in 2006 in Alphen aan den Rijn, die op 13-3-2012 onherroepelijk is geworden. Aangevoerd wordt dat verdachte zou zijn veroordeeld voor…

  • ECLI:NL:PHR:2026:558Parket bij de Hoge Raad, 5 juni 2026 (civiel recht)

    Schadestaatprocedure. Schending non-concurrentiebeding in zeesleepvaart. Schadebegroting. Ten onrechte leerstuk van de kansschade niet toegepast? Voorshandse oordelen en gelegenheid voor leveren…

  • ECLI:NL:PHR:2025:857Parket bij de Hoge Raad, 26 augustus 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Ontucht met een minderjarige, waarbij sprake is van seksueel binnendringen (art. 245 Sr). Het middel klaagt terecht dat het hof de als leugenachtig aangemerkte verklaring van de…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1084Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2025 (strafrecht)

    Opzetheling auto (art. 416.1.a Sr). Klacht over gebruik voor het bewijs van kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte en het oordeel dat verdachte wetenschap had t.t.v. het voorhanden krijgen.…

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7428Rechtbank Gelderland, 29 september 2026 (strafrecht)

    Veroordeling voor computervredebreuk, schending ambtsgeheim en meineed. Oud vrijwillige politieambtenaar zocht veelvuldig informatie op in politiesystemen en heeft over de bevraagde informatie ook…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8051Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2026 (europees strafrecht)

    Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Kennelijke omissie in de vertaling van het EAB leidt niet tot onduidelijkheid over de omschrijving van de feiten.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:2800Rechtbank Noord-Nederland, 14 juli 2026 (materieel strafrecht)

    Artikel 285a Sr: verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging, want het ten laste gelegde feit kan niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Het artikel beschermt getuigen en niet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1461Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2 juni 2026 (strafrecht)

    Meineed, door tijdens een terechtzitting een meinedige verklaring af te leggen in de strafzaak van zijn vrouw. De zaak is gelijktijdig, doch niet gevoegd, behandeld met ECLI:NL:GHSHE:2026:1487.

187 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.