Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 77s Sr

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Aan de verdachte bij wie ten tijde van het begaan van het misdrijf een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond, kan de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen worden opgelegd, indien a. het feit waarvoor de maatregel wordt opgelegd, een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld dan wel behoort tot een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 285, eerste lid, 285b en 395 van het Wetboek van Strafrecht, 175, tweede lid, onderdeel b, of derde lid in verbinding met het eerste lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, en 11, tweede lid, van de Opiumwet, en b. de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist, en c. de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

  2. 2

    De rechter legt de maatregel slechts op, nadat hij zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines. Van deze gedragsdeskundigen dient er één een psychiater te zijn. Het advies wordt door de deskundigen gezamenlijk dan wel door ieder van hen afzonderlijk uitgebracht. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend kan de rechter hier slechts gebruik van maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte.

  3. 3

    Bij toepassing van het eerste lid, kan de rechter afzien van het opleggen van straf, ook indien hij van oordeel is dat het feit wel aan de verdachte kan worden toegerekend.

  4. 4

    Bij het opleggen van de maatregel neemt de rechter de ernst van het begane feit of de veelvuldigheid van voorafgegane veroordelingen wegens misdrijf in aanmerking.

  5. 5

    Het tweede lid blijft buiten toepassing indien de betrokkene weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk maken de gedragsdeskundigen gezamenlijk dan wel ieder van hen afzonderlijk over de reden van weigering rapport op. De rechter doet zich zoveel mogelijk een ander advies of rapport, dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de oplegging van de maatregel kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de betrokkene wel bereid is om medewerking te verlenen, overleggen.

  6. 6

    Indien de maatregel is opgelegd draagt Onze Minister de tenuitvoerlegging op aan een inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, of doet hij de veroordeelde elders opnemen.

  7. 7

    De maatregel geldt voor de tijd van drie jaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1003Hoge Raad, 30 juni 2026 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd in jeugdzaak, dadelijke uitvoerbaarheid van voorwaarden. Kunnen aan voorwaardelijke PIJ-maatregel verbonden voorwaarden en…

  • ECLI:NL:PHR:2026:250Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2026 (strafrecht)

    Vordering cassatie in het belang der wet. Kunnen de voorwaarden bij een voorwaardelijke PIJ-maatregel (art. 77s jo. art. 77x jo. art. 77z Sr) en het daarop uit te oefenen toezicht (art. 77aa Sr)…

  • ECLI:NL:PHR:2025:915Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Jeugdzaak. Ontucht met een minderjarige, art. 245 (oud) Sr. Slagend middel over buiten toepassing laten van taakstrafverbod door het hof met beroep op het IVRK. De AG maakt algemene…

  • ECLI:NL:HR:2021:336Hoge Raad, 2 maart 2021 (strafrecht)

    Bedreiging, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en belaging (art. 285b.1 Sr) door gedurende zijn detentie en verblijf in instelling vele brieven en kaarten te sturen naar aangeefster, waarin hij haar…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7128Rechtbank Midden-Nederland, 16 oktober 2026 (strafrecht)

    Verdachte is veroordeeld voor twee keer poging doodslag, openlijke geweldpleging tegen personen in vereniging gepleegd en handelen in strijd met artikel 26 lid 1 WWM. De rechtbank verwerpt het beroep…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:10593Rechtbank Limburg, 5 oktober 2026 (strafrecht)

    veroordeling voor mishandeling, terwijl het letsel zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, diefstal en poging tot diefstal. Oplegging PIJ-maatregel. Afwijzing tenuitvoerlegging tul. Gedeeltelijke…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30031Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2026 (strafrecht)

    Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich als vijftien- en zestienjarige aan negen strafbare feiten schuldig gemaakt. De zwaarste strafbare feiten houden in dat de verdachte in het openbaar een…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29481Rechtbank Den Haag, 28 september 2026 (strafrecht)

    Jeugd. Veroordeling voor twaalf strafbare feiten waaronder diefstal met geweld, openlijk geweldplegingen en pogingen tot zware mishandeling. Verdachte wordt veroordeeld tot 13 maanden jeugddetentie…

815 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.