Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 316 Sr

Beperkte vervolging bij diefstal binnen familie redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    Indien de dader van of medeplichtige aan een der in deze titel omschreven misdrijven de niet van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd, is de strafvervolging tegen die dader of die medeplichtige uitgesloten.

  2. 2

    Indien hij zijn van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is of zijn bloed- of aanverwant, hetzij in de rechte linie, hetzij in de tweede graad van de zijlinie, heeft de vervolging, voor zover hem betreft, alleen plaats op een tegen hem gerichte klacht van degene tegen wie het misdrijf is gepleegd.

  3. 3

    Indien het vorige lid van toepassing is, neemt de termijn bedoeld in artikel 66 een aanvang op de dag nadat de identiteit van de verdachte aan de tot de klacht gerechtigde bekend werd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:47Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Verduistering en diefstal door de geregistreerd partner van de kleinzoon van het slachtoffer. Middel waarin wordt betoogd dat niet is voldaan aan het klachtvereiste moet volgens de…

  • ECLI:NL:HR:2024:1702Hoge Raad, 26 november 2024 (strafrecht)

    Vernieling van tablet en telefoon, art. 350.1 Sr. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging, vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 316.1 Sr. Moet verdachte worden aangemerkt als “echtgenoot”…

  • ECLI:NL:PHR:2024:844Parket bij de Hoge Raad, 24 september 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vernieling (art. 350 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Verdachte en aangeefster zijn getrouwd voor de islamitische wet. Is de verdachte daarmee een ‘echtgenoot’ in de zin van art.…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1175Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:996Rechtbank Noord-Nederland, 30 maart 2026 (materieel strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt verdachte voor poging tot zware mishandeling, mishandeling, begaan tegen zijn moeder, vernieling en overtreding van de artikelen 11, 5, 8 en 7 van de Wegenverkeerswet 1994.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2017Rechtbank Rotterdam, 23 februari 2026 (strafrecht)

    Veroordeling tot een gevangenisstraf van 215 dagen voor twee bedreigingen, twee vernielingen en oplichting. Voor de twee bedreigingen wordt ook tbs met voorwaarden opgelegd. Eén van die bedreigingen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:414Rechtbank Midden-Nederland, 11 februari 2026 (strafrecht)

    Veroordeling voor handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, beledigen van agenten, verzet bij aanhouding met letsel tot gevolg en bedreigingen. Officier van justitie voor wat betreft vernieling…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:110Rechtbank Oost-Brabant, 13 januari 2026 (strafrecht)

    Onderzoek Aurelia, verdenking van moord (feit 1), poging tot (gekwalificeerde) diefstal (feit 2) en gekwalificeerde diefstal (feit 3 primair) of verduistering (feit 3 subsidiair). Ten aanzien van…

100 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.