Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 38m Sr

Geldt sinds 1 juli 2010

  1. 1

    De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie de maatregel opleggen tot plaatsing van een verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders, indien: 1°. het door de verdachte begane feit een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten; 2°. de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld dan wel bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd, het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan, en 3°. de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist.

  2. 2

    De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte.

  3. 3

    Indien de verdachte verslaafde is dan wel ten aanzien van hem andere specifieke problematiek bestaat waarmee het plegen van strafbare feiten samenhangt, strekt de maatregel er mede toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek dan wel van die andere problematiek.

  4. 4

    De rechter legt de maatregel slechts op, nadat hij een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel heeft doen overleggen. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend, kan de rechter hiervan slechts gebruik maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte.

  5. 5

    Het vierde lid blijft buiten toepassing indien de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. Voor zover mogelijk wordt over de reden van de weigering rapport opgemaakt. De rechter doet zich zo veel mogelijk een ander advies of rapport dat hem over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de maatregel kan voorlichten en aan de totstandkoming waarvan de verdachte wel bereid is om medewerking te verlenen, overleggen.

  6. 6

    Bij het opleggen van de maatregel neemt de rechter de inhoud van de overige adviezen en rapporten die over de verdachte zijn uitgebracht, alsmede de veelvuldigheid van voorafgegane veroordelingen wegens misdrijf in aanmerking.

  7. 7

    Onder een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder 2°, wordt mede verstaan een onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens soortgelijke feiten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:881Parket bij de Hoge Raad, 15 september 2026 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of het voorschrift van art. 38.3 Sr, inhoudend dat naast TBS met voorwaarden maximaal vijf jaar gevangenisstraf mag worden opgelegd, ook…

  • ECLI:NL:PHR:2026:166Parket bij de Hoge Raad, 10 februari 2026 (strafrecht)

    Conclusie AG. Doodslag ex-partner (art. 287 Sr). Middel 1: motivering van de oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbenemende maatregel ex art. 38z Sr. Middel 2: afwijzing van een…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1291Parket bij de Hoge Raad, 25 november 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Belaging, smaadschrift en vernieling (art. 285b, 261 en 350 Sr). Middel over de motivering van de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, meer in het bijzonder over de vraag of uit…

  • ECLI:NL:PHR:2025:856Parket bij de Hoge Raad, 26 augustus 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Doodslag door opzettelijk met vrachtwagen inrijden op motoragent en verlaten plaats ongeluk (art. 287 Sr en 7 WWW 1991). Middel 1 over de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:10076Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 oktober 2026 (strafrecht)

    Verdachte wordt veroordeeld voor een goed onbruikbaar maken, bedreiging, wederspannigheid en belediging van een ambtenaar. Aan hem wordt opgelegd de ISD-maatregel voor 2 jaar.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9971Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14 oktober 2026 (strafrecht)

    Veroordeling voor medeplegen van een diefstal van een scooter, voor verzet bij zijn aanhouding, voor belediging van een politieambtenaar en voor diefstal van een fatbike. Oplegging van de maatregel…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30167Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2026 (strafrecht)

    Veroordeling voor winkeldiefstal. Oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:7220Rechtbank Oost-Brabant, 12 oktober 2026 (strafrecht)

    Bewezenverklaring van diefstal met geweld in vereniging van 200 euro, een tas en een horloge (feit 1) en belediging van verbalisanten (feit 2). Met betrekking tot feit 1 acht de rechtbank de…

1.887 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.