Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 77w Sr

Geldt sinds 25 juli 2020

  1. 1

    De maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige kan slechts worden opgelegd, indien: a.de ernst van het begane misdrijf of de veelvuldigheid van de begane misdrijven of voorafgegane veroordelingen wegens misdrijf hiertoe aanleiding geven, en b.de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.

  2. 2

    De rechter legt de maatregel slechts op, nadat hij zich een met redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend advies heeft doen overleggen van de raad voor de kinderbescherming, dat wordt ondersteund door ten minste een gedragsdeskundige. Indien dit advies eerder dan een jaar voor de aanvang van de terechtzitting is gedagtekend kan de rechter hier slechts gebruik van maken met instemming van het openbaar ministerie en de verdachte. Indien de maatregel met toepassing van artikel 77c wordt opgelegd aan een jongvolwassene die ten tijde van het misdrijf of de misdrijven die voor het opleggen van de maatregel aanleiding geeft of geven, de leeftijd van achttien jaren maar nog niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeft bereikt, kan een advies van de raad voor de kinderbescherming achterwege blijven en wordt met een advies van een gedragsdeskundige volstaan.

  3. 3

    De rechter geeft in zijn uitspraak aan waar de maatregel uit bestaat. De maatregel kan inhouden dat de veroordeelde aan een programma deelneemt in een door de rechter aan te wijzen instelling of dat de veroordeelde een ambulant programma zal volgen onder begeleiding van een door de rechter aan te wijzen organisatie.

  4. 4

    De rechter kan, ter ondersteuning van het programma, bedoeld in het derde lid, bevelen dat de veroordeelde gedurende de nacht in een inrichting als bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen verblijft.

  5. 5

    Aan het programma kan elektronisch toezicht worden verbonden.

  6. 6

    De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van het openbaar ministerie, bevelen dat het programma dadelijk uitvoerbaar is, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen en de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van de jeugdige is.

  7. 7

    Het bevel, bedoeld in het zesde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

  8. 8

    De maatregel wordt opgelegd voor de tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste een jaar.

  9. 9

    De maatregel eindigt van rechtswege bij het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak waarbij de verdachte opnieuw de maatregel of de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen wordt opgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:915Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2025 (strafrecht)

    Conclusie AG. Jeugdzaak. Ontucht met een minderjarige, art. 245 (oud) Sr. Slagend middel over buiten toepassing laten van taakstrafverbod door het hof met beroep op het IVRK. De AG maakt algemene…

  • ECLI:NL:HR:2022:1319Hoge Raad, 27 september 2022 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Beschikking hof tot onbevoegdverklaring kennis te nemen van verzoek tot opheffing van bij eindvonnis Rb gegeven bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van voorwaarden…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1185Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2016 (strafrecht)

    Adolescentenstrafrecht van toepassing op 18-jarige verdachte ten laste van wie bewezen is verklaard medeplegen van diefstal met geweld op 2 januari 2014? Art. 1.2 Sr, verandering van wetgeving. Art.…

  • ECLI:NL:HR:2015:905Hoge Raad, 7 april 2015 (strafrecht)

    Jeugdzaak. Art. 77w Sr. De Raad voor de Kinderbescherming heeft in zijn door het multidisciplinaire team van de Raad opgemaakte rapport geadviseerd verdachte een gedragsmaatregel a.b.i. art. 77w Sr…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9754Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 oktober 2026 (strafrecht)

    Poging doodslag minderjarige verdachte (15 jaar oud). Bijzondere strafmaatoverweging m.b.t. beperkende werking van artikel 63 Sr en wettelijk strafmaximum jeugddetentie. Onvoorwaardelijke…

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:4154Rechtbank Noord-Nederland, 18 september 2026 (materieel strafrecht)

    Veroordeling minderjarige voor een poging tot doodslag, tweemaal diefstal in vereniging door middel van braak, opzetheling en het voorhanden hebben van een nepvuurwapen. Verdachte krijgt opgelegd een…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10004Rechtbank Rotterdam, 30 juli 2026 (strafrecht)

    Jeugdstrafrecht. Poging tot doodslag. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Poging tot diefstal. Diefstal in vereniging. Diefstal. Jeugddetentie voor de duur van 351 dagen met aftrek…

  • ECLI:NL:RBAMS:2026:8179Rechtbank Amsterdam, 28 juli 2026 (strafrecht)

    Jeugdstrafrecht. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van bedreiging en dwang om iets te doen, waarbij aan de aangever onder andere een vuurwapen is getoond, in het kader van…

197 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.