Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 205 Sr

Werving voor buitenlandse krijgsdienst of gewapende strijd redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2010

  1. 1

    Hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.

  2. 2

    Indien de schuldige een van de strafbare feiten, omschreven in het eerste lid, in zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

  3. 3

    Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:819Hoge Raad, 13 juni 2023 (strafrecht)

    Werven voor gewapende, terroristische strijd (art. 205.1 Sr). 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van getuigen voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Uitleg…

  • ECLI:NL:PHR:2023:417Parket bij de Hoge Raad, 18 april 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Veroordeling voor werven voor de gewapende strijd van IS in Syrië a.b.i. art. 205 Sr. Het tweede middel, dat zich keert tegen het oordeel van het hof dat de inleidende dagvaarding…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1232Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1235Parket bij de Hoge Raad, 3 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Terrorismeproces ‘Context’. Organisatie van personen die zich vanaf 2012 heeft geschaard achter de in Syrië te voeren gewapende jihadstrijd voor de stichting van een ‘kalifaat’. Oogmerk…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:375Rechtbank Oost-Brabant, 28 januari 2025 (bestuursprocesrecht)

    Voorlopige voorziening hangende beroep. Intrekking Nederlanderschap wegens veroordeling voor terroristisch misdrijf. De beroepsgronden lenen zich niet voor een beoordeling in een voorlopige…

  • ECLI:NL:RBOBR:2024:6560Rechtbank Oost-Brabant, 23 december 2024 (bestuursprocesrecht)

    Intrekking Nederlanderschap op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Beroep gegrond. Besluit niet inzichtelijk gemotiveerd. Door eiser…

  • ECLI:NL:RVS:2024:2458Raad van State, 26 juni 2024 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 6 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet deugdelijk heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:12358Rechtbank Den Haag, 26 maart 2024 (bestuursrecht)

    Beroep tegen intrekking Nederlanderschap op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de RWN in verband met onherroepelijke veroordeling wegens een terroristisch misdrijf is ongegrond…

80 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.