Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 74b Sr

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Een bevel als bedoeld in artikel 12k van het Wetboek van Strafvordering doet, na voldoening aan de overeenkomstig artikel 74 gestelde voorwaarden, het recht tot strafvordering herleven als ware het niet vervallen geweest.

  2. 2

    Na een bevel, als bedoeld in het vorige lid, worden bedragen, betaald in toepassing van artikel 74, tweede lid, onder a, c en d, onverwijld terugbetaald aan degene die ze heeft betaald.

  3. 3

    Volgt na een bevel als bedoeld in het eerste lid een veroordeling, dan houdt de rechter rekening met de afstand of uitlevering door de veroordeelde van voorwerpen op grond van artikel 74, tweede lid, onder b en c, met de vergoeding van schade op grond van artikel 74, tweede lid, onder e, en met de onbetaalde arbeid die is verricht of het leerproject dat is gevolgd op grond van artikel 74, tweede lid, onder f.

  4. 4

    Eindigt, na een bevel als bedoeld in het eerste lid, de zaak waarbij een voorwaarde is gesteld als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder f, zonder oplegging van straf of maatregel, dan kan de rechter, op verzoek van de gewezen verdachte, deze een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van de verrichtte onbetaalde arbeid of het gevolgde leerproject heeft geleden. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 533, derde, vierde en zesde lid, 534, 535 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:316Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2025 (verbintenissenrecht)

    Overheidsprivaatrecht. Regels van dwaling en bedrog van toepassing op transactie ex art. 74 Sr? Causaal verband tussen dwaling en aangaan van overeenkomst.

  • ECLI:NL:PHR:2021:1115Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BD3896Parket bij de Hoge Raad, 23 september 2008 (strafrecht)

    Ontvankelijkheid OM i.v.m. TOM-afdoening. Het OM heeft verdachte in de gelegenheid gesteld strafvervolging te voorkomen en daartoe 2 voorwaarden gesteld. Verdachte heeft aan 1 van de 2 voorwaarden…

  • ECLI:NL:PHR:2005:AS4179Parket bij de Hoge Raad, 13 mei 2005 (civiel recht)

    13 mei 2005 Eerste Kamer Nr. C04/151HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Eiser 1], wonende te [woonplaats], België, 2. [Eiseres 2], e.v. [betrokkene 1], wonende te…

  • ECLI:NL:RBALM:2010:BN9792Rechtbank Almelo, 8 oktober 2010 (strafrecht)

    Trappen in de buik van hoogzwangere vrouw levert poging tot doodslag op. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden onvoorwaardelijk.

  • ECLI:NL:RBALM:2010:BN9793Rechtbank Almelo, 8 oktober 2010 (strafrecht)

    Rechtbank veroordeelt verdachte voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen tot een taak(werk)straf van 80 uur.

  • ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0658Rechtbank 's-Hertogenbosch, 20 maart 2001 (strafrecht)

    -

  • ECLI:NL:RBSHE:2001:AB0659Rechtbank 's-Hertogenbosch, 20 maart 2001 (strafrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.