Wetboek van Strafrecht

Sr

Huidige tekst

Artikel 66 Sr

Termijn voor het indienen van een klacht redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De klacht kan worden ingediend gedurende drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit.

  2. 2

    Indien degene tegen wie het feit is begaan, nadat de termijn een aanvang heeft genomen, is overleden, dan wel het recht tot het indienen van de klacht heeft verloren, verkregen of herkregen, loopt deze termijn zonder verlenging door.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:47Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2025 (strafrecht)

    Conclusie plv. AG. Verduistering en diefstal door de geregistreerd partner van de kleinzoon van het slachtoffer. Middel waarin wordt betoogd dat niet is voldaan aan het klachtvereiste moet volgens de…

  • ECLI:NL:HR:2024:969Hoge Raad, 2 juli 2024 (strafrecht)

    Poging tot afpersing (art. 317.1 Sr) en poging tot afdreiging (art. 318.1 Sr) van zijn voormalige werkgever (vervoersmaatschappij) en collega’s. Klachttermijnvereiste, art. 66.1 Sr. Verweer dat…

  • ECLI:NL:PHR:2024:446Parket bij de Hoge Raad, 23 april 2024 (strafrecht)

    Conclusie AG. Klachtdelict. Art. 66.1 Sr. Slagend middel over oordeel dat openbaar ministerie ontvankelijk is in vervolging. Niet is binnen de termijn een klacht ingediend. Conclusie strekt tot…

  • ECLI:NL:PHR:2023:1175Parket bij de Hoge Raad, 19 december 2023 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:1407Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 mei 2026 (strafrecht)

    Het hof is van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet overtuigend kan worden bewezen dat sprake was van een zodanige duur, frequentie en intensiteit van…

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:2562Rechtbank Oost-Brabant, 22 april 2026 (strafrecht)

    Veroordeling tot een gevangenisstraf en een (ongemaximeerde) tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege voor twee belagingen, een poging zware mishandeling, een mishandeling en een…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:2214Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2026 (strafrecht)

    Jeugdzaak. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de tenlastegelegde vernieling; niet voldaan aan klachtvereiste. Vrijspraak mishandeling ex-vriendin; onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1484Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 maart 2026 (strafrecht)

    OM ontvankelijk in de vervolging. Bewezenverklaring van laster. Oplegging van een voorwaardelijke geldboete.

240 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.