Uitspraak · Europees strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 14 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8051Zaaknummer 13/116850-26
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 juli 2026
- Publicatiedatum
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- 13/116850-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overlevering. EAB Polen t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Polen opgelegde straf. Kennelijke omissie in de vertaling van het EAB leidt niet tot onduidelijkheid over de omschrijving van de feiten. Overlevering toegestaan.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan door the Regional Court in Gliwice (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juli 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
- INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
- 1 Procesgang
- 2 Identiteit van de opgeëiste persoon
- 3 Grondslag en inhoud van het EAB
- 4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
- 5 Strafbaarheid
- 6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
- 7 Slotsom
- 8 Toepasselijke wetsbepalingen
- 9 Beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/116850-26
Datum uitspraak: 14 juli 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 4 mei 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).[_ec45d316-71d2-4a1d-8872-b1246d67fe3f]
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 april 2026 door the Regional Court in Gliwice, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 juni 2026, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.J. Korver, waarnemend voor mr. M.L. van Gessel, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.[_9fbe56a7-069e-4247-83e0-7a73fa6d71b1]
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Ruda Śląska van 7 mei 2025 (kenmerk II K 1261/24).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis en hij moet deze straf ondergaan in Polen. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 3 jaar en 8 dagen.
Deze veroordeling ziet op de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.[_a6212e1a-a0d8-405e-9442-705aff7aaa55]
Genoegzaamheid
Met de officier van justitie constateert de rechtbank dat bij feit V niet staat vermeld om welk verdovend middel het gaat. Vergelijking van het vertaalde EAB met het originele Poolse EAB leidt echter tot de vaststelling dat per abuis één zin in de vertaling ontbreekt. In deze zin staat in het originele Poolse EAB het woord “amfetaminy” genoemd. Deze kennelijke omissie in de vertaling leidt daarom niet tot onduidelijkheid over het verdovend middel waar de omschrijving op ziet, nu dit logischerwijs om amfetamine moet gaan.
4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon op 12 maart 2025 in persoon is gedagvaard. Hij is daarbij op de hoogte gebracht van de datum en de plaats van het voorgenomen proces. Hierdoor staat op ondubbelzinnige wijze vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces. Ook is hem toen duidelijk gemaakt dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet zou verschijnen. Dit betekent dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, onder a, OLW. De weigeringsgrond is daarom niet van toepassing.
5 Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de strafbare feiten II t/m XI aangewezen als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat voor deze feiten naar het recht van Polen maximaal een vrijheidsstraf van minstens drie jaren kan worden opgelegd.
Dit betekent dat de rechtbank geen onderzoek doet naar de vraag of de feiten ook naar
Nederlands recht strafbaar zijn.
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige strafbare feiten niet aangeduid als lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat voor de feiten een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden is opgelegd aan de opgeëiste persoon en de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.[_737fa501-8b6c-475e-a119-3f32e4a04957]
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
ten aanzien van feit I en feit XIV:
telkens: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
ten aanzien van feit XII:
poging om een ander door giften, beloften en het verschaffen van inlichtingen te bewegen om, in de gevallen, waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling opzettelijk een valse verklaring onder ede af te leggen
ten aanzien van feit XIII:
bedreiging met zware mishandeling en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht.
6 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_efb49816-6159-4b9f-a578-518697bd58de] Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.
Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.[_b32c7e0d-b255-4667-b26f-e6fe0af268bc]
7 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
8 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 46a, 207, 285 Wetboek van Strafrecht, 2, 3, 10, 11 Opiumwet en 2, 5, 7 OLW.
9 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan door the Regional Court in Gliwice (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. D.L.S. Ceulen, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en A.B.M. Wijnveldt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juli 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 12 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 11 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 2 OLW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 46a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 207 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 285 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 29 OLW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.