Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 5:25d Wft

Geldt sinds 29 januari 2016

  1. 1

    Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na afloop van de eerste zes maanden van het boekjaar maakt een uitgevende instelling de halfjaarlijkse financiële verslaggeving op en stelt zij deze algemeen verkrijgbaar. De halfjaarlijkse financiële verslaggeving wordt gedurende een periode van ten minste tien jaar beschikbaar gehouden voor het publiek.

  2. 2

    De halfjaarlijkse financiële verslaggeving omvat: a.de halfjaarrekening; b.het halfjaarlijks bestuursverslag; en c.verklaringen van de bij de uitgevende instelling als ter zake verantwoordelijk aangewezen personen, met duidelijke vermelding van naam en functie, van het feit dat, voor zover hun bekend,: 1°. de halfjaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst of het verlies van de uitgevende instelling en de gezamenlijke in de consolidatie opgenomen ondernemingen; en 2°. het halfjaarlijks bestuursverslag een getrouw overzicht geeft van de in het achtste en, voor zover van toepassing, negende lid bedoelde informatie.

  3. 3

    Indien de halfjaarlijkse financiële verslaggeving is gecontroleerd of beperkt is beoordeeld door een accountant wordt de door hem ondertekende en gedagtekende verklaring of beoordeling samen met de halfjaarlijkse financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar gesteld.

  4. 4

    Indien de halfjaarlijkse financiële verslaggeving niet door een accountant is gecontroleerd of beperkt is beoordeeld, wordt dat door de uitgevende instelling in haar halfjaarlijks bestuursverslag vermeld.

  5. 5

    De halfjaarrekening van een uitgevende instelling met zetel in Nederland: a.wordt opgemaakt met inachtneming van de ter zake overeenkomstig artikel 3 van de IAS-verordening goedgekeurde voorschriften, indien de uitgevende instelling op grond van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te maken; of b.bevat de verkorte balans, de verkorte winst- en verliesrekening en de toelichtingen daarop, indien de uitgevende instelling niet verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te maken.

  6. 6

    De halfjaarrekening van een uitgevende instelling met zetel in een andere lidstaat: a.wordt opgemaakt met inachtneming van de ter zake overeenkomstig artikel 3 van de IAS-verordening goedgekeurde voorschriften, indien de uitgevende instelling naar het recht van die lidstaat verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te maken; of b.bevat de verkorte balans, de verkorte winst- en verliesrekening en de toelichtingen daarop, indien de uitgevende instelling niet verplicht is een geconsolideerde jaarrekening op te maken.

  7. 7

    Bij het opmaken van de verkorte balans en de verkorte winst- en verliesrekening, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b en zesde lid, onderdeel b, past de uitgevende instelling dezelfde beginselen en grondslagen inzake indeling en waardering toe als bij de jaarlijkse financiële verslaggeving.

  8. 8

    Het halfjaarlijks bestuursverslag bevat ten minste een opsomming van belangrijke gebeurtenissen die zich de eerste zes maanden van het desbetreffende boekjaar hebben voorgedaan en het effect daarvan op de halfjaarrekening, alsmede een beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden voor de overige zes maanden van het desbetreffende boekjaar.

  9. 9

    Indien van een uitgevende instelling aandelen zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, bevat het halfjaarlijks bestuursverslag eveneens de belangrijkste transacties met verbonden partijen.

  10. 10

    Indien de uitgevende instelling zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en Nederland lidstaat van herkomst is, geeft de uitgevende instelling ten aanzien van de halfjaarrekening en het halfjaarlijks bestuursverslag overeenkomstige toepassing aan het vijfde en het zevende lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BH2162Parket bij de Hoge Raad, 27 november 2009 (ondernemingsrecht)

    Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art.…

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:8223Rechtbank Amsterdam, 5 november 2025 (civiel recht)

    Deze zaken gaan over de vraag of ING aansprakelijk is voor schade die de Beleggers zeggen te hebben geleden. Volgens de Beleggers heeft ING het beleggend publiek (en daarmee dus ook de Beleggers)…

  • ECLI:NL:RBAMS:2023:5518Rechtbank Amsterdam, 30 augustus 2023 (civiel recht)

    843a Rv, art. 7, art 17 Verordening (EU) Marktmisbruik 596/2014 (MAR), Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1055 van de Commissie, verplichting tot doen van een perspublicatie omtrent voorwetenschap

  • ECLI:NL:CBB:2018:401College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14 augustus 2018 (bestuursrecht)

    Hoger beroep. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet financieel toezicht. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.