Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:1 Wft

Geldt sinds 29 mei 2026

  1. 1

    Dit deel is, voor zover niet anders is bepaald, van toepassing op: a.financiëledienstverleners waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan in Nederland financiële diensten te verlenen of die een verklaring van ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 3:110 hebben, en hebben voldaan aan artikel 3:110, vierde of vijfde lid; b.beleggingsondernemingen met zetel in Nederland of in een staat die geen lidstaat is waaraan het ingevolge hoofdstuk 2.2 is toegestaan beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten; c.beheerders van beleggingsinstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland beleggingsinstellingen te beheren dan wel rechten van deelneming in een beleggingsinstelling in Nederland aan te bieden en de aan die beleggingsinstellingen verbonden bewaarders; d.icbe’s waaraan het ingevolge afdeling 2.2.7 is toegestaan in Nederland rechten van deelneming aan te bieden, de beheerders van die icbe’s en de aan die icbe’s verbonden bewaarders; e.clearinginstellingen waaraan het ingevolge afdeling 2.2.1 is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen voorzover ze optreden voor cliënten met zetel in Nederland; f.betaaldienstverleners; g.pensioenbewaarders; h.kredietservicers waaraan het ingevolge afdeling 2.2.6A is toegestaan in Nederland hun bedrijf uit te oefenen indien zij niet-renderende kredietovereenkomsten servicen, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023; i.kredietservicingaanbieders indien zij kredietservicingactiviteiten verrichten ten aanzien van niet-renderende kredietovereenkomsten, waarvan de overdracht van de rechten van een kredietgever krachtens de niet-renderende kredietovereenkomsten, of van de niet-renderende kredietovereenkomsten zelf, heeft plaatsgevonden op of na 30 december 2023; en j.kredietkopers met zetel in Nederland indien zij de rechten van een kredietgever op grond van een niet-renderende kredietovereenkomst, of de niet-renderende kredietovereenkomst zelf, kopen op of na 30 december 2023.

  2. 2

    De bij of krachtens de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89, 4:90, 4:90a, 4:90b, 4:90c, 4:90d en de artikelen 14 tot en met 26 van de verordening markten voor financiële instrumenten gestelde regels zijn van toepassing op: a.banken waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.2.2 is toegestaan hun bedrijf vanuit een bijkantoor in Nederland uit te oefenen, voor zover zij beleggingsdiensten verlenen of beleggingsactiviteiten verrichten; en b.beleggingsondernemingen met een bijkantoor in Nederland waaraan het ingevolge paragraaf 2.2.12.2 is toegestaan in Nederland beleggingsdiensten te verlenen of beleggingsactiviteiten te verrichten, met uitzondering van beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 2:102a.

  3. 3

    Het ingevolgde dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, 4:10 en 4:37e, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

  4. 4

    Het ingevolge dit deel bepaalde, is niet van toepassing op buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen waarvan Nederland de lidstaat van ontvangst is als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel r, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen die via het verrichten van diensten Nederlandse beleggingsinstellingen beheren of rechten van deelneming in beleggingsinstellingen in Nederland aanbieden.

  5. 5

    Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van artikel 4:37c, eerste lid, is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 2:66a, eerste en tweede lid, tenzij de beheerder op vrijwillige basis een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 heeft verkregen.

  6. 6

    Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van artikel 4:37p, is niet van toepassing op beheerders als bedoeld in artikel 2:70, tweede lid, of artikel 2:70a, derde lid.

  7. 7

    Het ingevolge dit deel bepaalde, met uitzondering van de artikelen 4:9, derde lid, 4:14, tweede lid, aanhef en onderdeel c, 4:19, 4:20, eerste tot en met derde en zesde lid, 4:22, eerste lid, 4:23, 4:24, 4:89 en 4:90, is niet van toepassing op beheerders van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 2:98, derde lid, die vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.

  8. 8

    Het ingevolge dit deel bepaalde is niet van toepassing op beheerders van beleggingsinstellingen met zetel in een andere lidstaat die via het verrichten van diensten in Nederland activiteiten of diensten als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen verrichten of verlenen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:358Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:359Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:5130Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2022 (bestuursrecht)

    Intrekking door de AFM van een vergunning voor het beheren en aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met afwikkeltermijn die meermaals is verlengd. Het betreft een groot…

  • ECLI:NL:CBB:2022:177College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19 april 2022 (bestuursrecht)

    Hoger beroep. Wet op het financieel toezicht. Bestuurlijke boete. EU-paspoort voor grensoverschrijdende dienstverlening. Kredietverstrekking vanuit een niet-geregistreerd bijkantoor in Nederland.…

  • ECLI:NL:RBNNE:2021:4474Rechtbank Noord-Nederland, 20 oktober 2021 (civiel recht)

    Vernietiging beleggingsovereenkomst inzake Contracts for Differences (CFD's) vanwege oneerlijke handelspraktijken Art. 6:193jBW. Toepasselijk recht: NL of Cypriotisch, consument of professioneel…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:8396Rechtbank Noord-Holland, 29 september 2021 (verbintenissenrecht)

    Vernietiging van beleggingsovereenkomst(en) met consument vanwege oneerlijke handelspraktijken.

  • ECLI:NL:RBOBR:2021:5179Rechtbank Oost-Brabant, 29 september 2021 (civiel recht)

    Contradictoir. Oneerlijke handelspraktijken bij aanbieder van online beleggingsdiensten (o.a. CFD’s) vanuit Cyprus. Europeesrechtelijke consumentenbescherming. Eiser sloot de overeenkomst als…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:5067Rechtbank Noord-Holland, 23 juni 2021 (civiel recht)

    Vernietiging overeenkomst inzake Contracts for Difference (CFD's) met consument vanwege oneerlijke handelspraktijken van de Cypriotische 'broker'.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.