Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:14 Wft

Geldt sinds 18 juli 2025

  1. 1

    Een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe, beleggingsinstelling, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt.

  2. 2

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het eerste lid. Deze regels hebben betrekking op: a.het beheersen van bedrijfsprocessen en bedrijfsrisico’s; b.integriteit, waaronder wordt verstaan het tegengaan van: 1°. belangenverstrengeling; 2°. het begaan van strafbare feiten of andere wetsovertredingen door de financiële onderneming of haar werknemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; 3°. relaties met cliënten, deelnemers of kredietnemers die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; en 4°. andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad; en c.ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers, waaronder wordt verstaan: 1°. het waarborgen van de informatieverstrekking aan cliënten, deelnemers of kredietnemers; 2°. het waarborgen van de vastlegging van de relatie met de cliënten, deelnemers of kredietnemers; 3°. het waarborgen van de zorgvuldige behandeling van cliënten, deelnemers of kredietnemers; 4°. het tegengaan van belangenconflicten tussen de financiële onderneming en cliënten, deelnemers of kredietnemers en tussen de cliënten, deelnemers of kredietnemers onderling; 5°. het waarborgen van de rechten van cliënten, deelnemers of kredietnemers; en 6°. andere bij algemene maatregel van bestuur te bepalen onderwerpen.

  3. 3

    Onverminderd de artikelen 3:17 en 3:27 kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur ten aanzien van clearinginstellingen met zetel in Nederland en bijkantoren van clearinginstellingen met zetel in een niet-aangewezen staat regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.

  4. 4

    Onverminderd artikel 3:17 is het tweede lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing op premiepensioeninstellingen.

  5. 5

    De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het tweede lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2022:11948Rechtbank Rotterdam, 16 september 2022 (bestuursrecht)

    In deze zaken gaat het om de negatieve betrouwbaarheidsoordelen die DNB heeft geveld over eisers en de daaruit voortvloeiende besluitvorming van DNB. Deze negatieve betrouwbaarheidsoordelen heeft DNB…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:5130Rechtbank Rotterdam, 30 juni 2022 (bestuursrecht)

    Intrekking door de AFM van een vergunning voor het beheren en aanbieden van rechten van deelneming in beleggingsinstellingen met afwikkeltermijn die meermaals is verlengd. Het betreft een groot…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:5485Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2022 (bestuursrecht)

    BC FT. De AFM heeft eiser een boete opgelegd vanwege het feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11,eerste lid, van de Wft. Dit blijkt volgens de AFM uit diverse overtredingen van de Wft…

  • ECLI:NL:CBB:2021:366College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 april 2021 (bestuursrecht)

    Wet op het financieel toezicht (Wft). Bestuurlijke boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 4:11, eerste lid, van de Wft door de onderneming. Nemo tenetur-beginsel…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2002Gerechtshof Den Haag, 13 oktober 2020 (civiel recht)

    Hof wijst het beroep tegen procedeerverbod voor oud-werknemer af. Tegen de belangenfweging door de kantonrechter is niet tijdig inhoudelijk geageerd. Nieuwe bezwaren tijdens pleidooizitting zijn te…

  • ECLI:NL:CBB:2020:419College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 juni 2020 (bestuursrecht)

    Hoger beroep. Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:11 lid 1 sub b Wft (oud) en artikel 115q lid 1 sub b BGfo aan onderneming en feitelijk leidinggevende. Niet voeren van een adequaat…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:1506Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2020 (bestuursrecht)

    Boete voor accountantsorganisatie wegens het niet zodanig inrichten van de bedrijfsvoering dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. Matiging boete wegens forse…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:1802Rechtbank Rotterdam, 7 maart 2019 (bestuursrecht)

    BC Wft, aanwijzing en bestuurlijke boete aan onderneming en aan feitelijk leidinggevende. Niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgde. Geen belang meer…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.