Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 2:105 Wft

Geldt sinds 22 juli 2013

  1. 1

    De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:55, 2:60, 2:75, 2:80, 2:86 en 2:92 aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die mede strekt ten behoeve van bij die rechtspersoon aangesloten ondernemingen, indien die rechtspersoon, onverminderd de artikelen 2:58, 2:63, 2:78, 2:83, 2:89 en 2:94, aantoont dat hij: a.krachtens zijn statuten en de statuten van de bij hem aangesloten ondernemingen of krachtens een overeenkomst met de bij hem aangesloten ondernemingen beschikt over voldoende bevoegdheden jegens de aangesloten ondernemingen om een handelen of nalaten van een zodanige onderneming in strijd met het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe, tegen te kunnen gaan en door de Autoriteit Financiële Markten gegeven aanwijzingen op te laten volgen; b.beschikt over voldoende mogelijkheden tot deskundige ondersteuning van de aangesloten ondernemingen; en c.gemachtigd is die ondernemingen bij de vergunningaanvraag en ook overigens voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.3.6 en 2.3.7 en voor de toepassing van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten, met uitzondering van het aanbieden van rechten van deelneming in een icbe, te vertegenwoordigen.

  2. 2

    Indien na het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid een onderneming zich aansluit bij de rechtspersoon geldt de vergunning mede voor die onderneming, indien de rechtspersoon ten aanzien van deze onderneming voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.

  3. 3

    Voor de toepassing van de afdelingen 2.2.5, 2.2.6, 2.2.8, 2.2.9, 2.2.10, 2.2.11, 2.3.6 en 2.3.7 geldt het handelen en het nalaten te handelen van de aangesloten onderneming als het handelen onderscheidenlijk het nalaten te handelen van de rechtspersoon.

  4. 4

    De Autoriteit Financiële Markten kan financiële ondernemingen aanwijzen die voor de toepassing van het tweede en derde lid geacht worden over een vergunning als bedoeld in het eerste lid te beschikken, indien: a.voor zover het financiëledienstverleners betreft, de rechtspersoon waarbij de andere ondernemingen zijn aangesloten een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft; b.voor zover het beleggingsondernemingen betreft, de rechtspersoon waarbij de andere ondernemingen zijn aangesloten en de aangesloten ondernemingen een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben; en c.voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid. Het besluit tot aanwijzing kan door de Autoriteit Financiële Markten worden ingetrokken.

  5. 5

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2085Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2025 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. De AFM heeft aan eiseres wegens een overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.500.000,-. De AFM stelt dat eiseres in totaal…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:4055Rechtbank Rotterdam, 26 april 2023 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening. Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 4:11, tweede lid, Wft en publicatie. Onderliggende overtredingen zien onder meer op het verstrekken van…

  • ECLI:NL:CBB:2020:983College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15 december 2020 (bestuursrecht)

    Wet op het financieel toezicht, artikel 2:105. Collectieve vergunning. Verzoek van aangesloten onderneming (appellante) om handhaving jegens haarzelf en bezwaar tegen brief van toezichthouders aan…

  • ECLI:NL:RBAMS:2020:5408Rechtbank Amsterdam, 4 november 2020 (civiel recht)

    Civielrechtelijke (risico)aansprakelijkheid van de centrale vergunninghouder voor handelen door aangesloten ondernemingen? Strekking van art. 2:105 Wft.

  • ECLI:NL:RBROT:2019:3688Rechtbank Rotterdam, 23 april 2019 (bestuursrecht)

    BC, Awb-technische aspecten bij verzoek aan de AFM handhavend op te treden.

  • ECLI:NL:RBROT:2012:BY9475Rechtbank Rotterdam, 1 november 2012 (bestuursrecht)

    Uitspraak na terugverwijzing door CBb (LJN BW9888), nadat het College tot het oordeel was gekomen dat de boeteoplegging niet in strijd komt met het beginsel van ne bis in idem. Hoewel het derde lid…

  • ECLI:NL:RBROT:2010:BM4446Rechtbank Rotterdam, 9 april 2010 (civiel recht)

    Het betreft een tweetal kort gedingen, die gezien hun samenhang gelijktijdig zijn behandeld en berecht. Een drietal franchiseovereenkomsten alsmede de daaraan gekoppelde huurovereenkomsten (hierna…

  • ECLI:NL:RBROT:2008:BC6187Rechtbank Rotterdam, 3 maart 2008 (bestuursrecht)

    Deskundigheids- en betrouwbaarheidstoetsing van een financiële dienstverlener die valt onder het overgangsregime van de Wet financiële dienstverlening/Wet op het financieel toezicht.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.