Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:10 Wft

Geldt sinds 18 juli 2025

  1. 1

    Het beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener, kredietservicer of pensioenbewaarder wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat.

  2. 2

    De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld dat de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:358Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:359Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:3666Rechtbank Rotterdam, 13 maart 2025 (bestuursrecht)

    De AFM heeft een beleggingsonderneming een aanwijzing tot heenzending van een van haar dagelijks beleidsbepalers gegeven, omdat de betrouwbaarheid van deze beleidsbepaler volgens de AFM niet langer…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:4289Rechtbank Rotterdam, 26 april 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening. De AFM heeft verzoekster een aanwijzing tot heenzending van een van haar dagelijks beleidsbepalers (verzoeker) gegeven. Door niet reeds voorafgaand aan haar besluit…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2496Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juli 2023 (strafrecht)

    Veroordeling ter zake van telkens oplichting (5 feiten) tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Schending redelijke termijn. Vorderingen benadeelde partijen…

  • ECLI:NL:RBROT:2022:11948Rechtbank Rotterdam, 16 september 2022 (bestuursrecht)

    In deze zaken gaat het om de negatieve betrouwbaarheidsoordelen die DNB heeft geveld over eisers en de daaruit voortvloeiende besluitvorming van DNB. Deze negatieve betrouwbaarheidsoordelen heeft DNB…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:10083Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2021 (bestuursrecht)

    BC FT, art. 1:97 Wft, publicatie van aanwijzing.

  • ECLI:NL:CBB:2021:625College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22 juni 2021 (bestuursrecht)

    Wet financieel toezicht, hoger beroep, boetes wegens overtreding 4:9 en 4:10 van de Wft mist grondslag, AFM kan niet volstaan met verwijt dat geschiktheid en betrouwbaarheid dagelijkse beleidsbepaler…

46 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.