Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:264a Wft

Geldt sinds 1 januari 2016

  1. 1

    Ingeval van een rechtsfeit als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels, geeft elke betrokken bank depositohouders daarvan kennis ten minste een maand voordat de rechtsgevolgen ingaan, tenzij de Nederlandsche Bank een kortere termijn toestaat omwille van de stabiliteit van het financiële stelsel of omdat hiermee een rechtmatig belang van de desbetreffende bank wordt gediend.

  2. 2

    De bank stelt gedurende drie maanden na de kennisgeving depositohouders onvoorwaardelijk en zonder betaling van een boete in staat deposito’s die voor vergoeding uit hoofde van een depositogarantiestelsel in aanmerking komen, op te nemen voor zover die deposito’s hoger zijn dan het uit hoofde van het toepasselijke depositogarantiestelsel gegarandeerde bedrag nadat de rechtsgevolgen, bedoeld in het eerste lid, zijn ingetreden.

  3. 3

    Artikel 1:23 is niet van toepassing ten aanzien van het tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:556Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2025 (ondernemingsrecht)

    Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen…

  • ECLI:NL:PHR:2025:557Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2025 (ondernemingsrecht)

    Algemeen vermogensrecht. Financieel toezichtrecht. Ondernemingsrecht. Pensioenrecht. Geschil inzake juridische fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon. Is fusie ongeldig? Bestaat grond voor treffen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.