Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 1:125 Wft

Geldt sinds 1 april 2016

  1. 1

    Een financiële onderneming keert aan een natuurlijk persoon werkzaam onder haar verantwoordelijkheid geen vertrekvergoeding uit, indien sprake is van: a.voortijdige beëindiging van de arbeidsrelatie op initiatief van de in de aanhef bedoelde natuurlijk persoon, tenzij dit het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever; b.ernstig verwijtbaar handelen of nalaten in de vervulling van zijn functie door de in de aanhef bedoelde natuurlijk persoon; of c.falen van de onderneming, indien de in de aanhef bedoelde natuurlijke persoon het dagelijks beleid van de onderneming bepaalt.

  2. 2

    De onderneming keert aan een persoon die het dagelijks beleid van de onderneming bepaalt geen vertrekvergoeding uit die meer dan 100% bedraagt van de vaste beloning op jaarbasis.

  3. 3

    Het tweede lid is tot en met 1 juli 2015 niet van toepassing op aan personen die het dagelijks beleid van de onderneming bepalen, niet zijnde bestuurders van een bank of verzekeraar, uit te keren vertrekvergoedingen die voortvloeien uit een door de onderneming voorafgaande aan 1 januari 2015 aangegane verplichting.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:17Parket bij de Hoge Raad, 5 januari 2024 (civiel recht)

    Rechtspersonenrecht. Art. 2:14-2:15 BW. Bestrijding van besluiten i.v.m. ontslag van stichtingbestuurder (Cornelis Haga Lyceum).

  • ECLI:NL:PHR:2022:678Parket bij de Hoge Raad, 8 juli 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Overeenkomst tot het bieden van kinderdagopvang door kindercentrum. Kwalificatie als overeenkomst van opdracht. Bedongen opzegtermijn en opzeg- of annuleringsvergoeding…

  • ECLI:NL:HR:2018:818Hoge Raad, 1 juni 2018 (civiel recht)

    Financieel recht. Procesrecht. Arbeidsovereenkomst bankdirecteur beëindigd met overeengekomen vertrekvergoeding. Is die vergoeding in strijd met art. 1:125 lid 2 Wft en dus nietig op grond van art.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:154Parket bij de Hoge Raad, 23 februari 2018 (civiel recht)

    Financieel recht. Procesrecht. Arbeidsovereenkomst bankdirecteur beëindigd met overeengekomen vertrekvergoeding. Is die vergoeding in strijd met art. 1:125 lid 2 Wft en dus nietig op grond van art.…

  • ECLI:NL:GHARL:2022:4294Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 mei 2022 (civiel recht)

    Arbeidsrecht, Wwz. Kwalificatievraag bij ontslagen bestuurder. Verzoekschrift of dagvaarding? IJkmoment voor inroepen ontslagverbod tijdens ziekte van bestuurder. Hoogte billijke vergoeding.…

  • ECLI:NL:RBMNE:2017:3332Rechtbank Midden-Nederland, 5 juli 2017 (strafrecht)

    Een 62-jarige man uit Apeldoorn heeft zich zes jaar lang schuldig gemaakt aan het opmaken van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting. Hij heeft zichzelf hiermee verrijkt ten koste van…

  • ECLI:NL:RBNHO:2015:10443Rechtbank Noord-Holland, 19 oktober 2015 (civiel recht)

    Terugwerkende kracht Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen in strijd met rechtszekerheidsbeginsel, Bank moet vaststellingsovereenkomst nakomen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.