Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 1:24 Wft

Geldt sinds 19 februari 2019

  1. 1

    Prudentieel toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van het financiële stelsel.

  2. 2

    De Nederlandsche Bank heeft, op de grondslag van deze wet en met inachtneming van de verordening bankentoezicht, tot taak het prudentieel toezicht op financiële ondernemingen uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot de financiële markten, alsmede bepaalde financiële ondernemingen af te wikkelen.

  3. 3

    De Nederlandsche Bank kan, indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking heeft op de soliditeit van op de financiële markten werkzame ondernemingen of de stabiliteit van het financiële stelsel, bij algemene maatregel van bestuur worden belast met de uitvoering en handhaving van de bij of krachtens die verordening gestelde regels.

  4. 4

    Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de Nederlandsche Bank de taak, bedoeld in het tweede lid, uitoefent.

  5. 5

    De Nederlandsche Bank heeft, gelet op de bevoegdheid van de Autoriteit persoonsgegevens als bedoeld in artikel 21a van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, niet tot taak toezicht op betaaldienstverleners uit te oefenen voor zover dat betrekking heeft op de naleving van het bepaalde krachtens artikel 3:17, zevende lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:358Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:359Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2017:1326Parket bij de Hoge Raad, 24 november 2017 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Toezichthoudersaansprakelijkheid. Toezicht DNB op pensioenfondsen. Art. 210 Pensioenwet; onbevoegdelijke doorhaling van pensioenfonds in register pensioenfondsen door…

  • ECLI:NL:PHR:2014:705Parket bij de Hoge Raad, 20 juni 2014 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Wet financieel toezicht. Deconfiture DSB Bank; AFM aansprakelijk wegens tekortschieten als toezichthouder? Stelsel (financieel) gedragstoezicht, beleids- en beoordelingsvrijheid…

  • ECLI:NL:RVS:2023:3378Raad van State, 6 september 2023 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 15 maart 2021 heeft DNB het verzoek van BAIS om openbaarmaking van informatie afgewezen. BAIS heeft De Nederlandsche Bank N.V. bij brief van 15 februari 2021 verzocht om op grond van…

  • ECLI:NL:RBMNE:2022:2021Rechtbank Midden-Nederland, 11 april 2022 (bestuursrecht)

    Wob, DNB Samenvatting: Eiseres heeft verzocht om openbaarmaking van documenten over de (voor)selectie, aanstelling van en operationele uitvoering door de advieskantoren KPMG, EY, Zanders en BlackRock…

  • ECLI:NL:CBB:2019:157College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16 april 2019 (bestuursrecht)

    Lasten onder dwangsom en invordering

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:200Rechtbank Den Haag, 11 januari 2018 (civiel recht)

    Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Verzoek deels toewijsbaar. Verzoeker heeft voldoende omstandigheden aangevoerd die een voorlopig getuigenverhoor met betrekking tot de door hem gestelde…

21 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.