Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 1:98 Wft

Geldt sinds 1 juli 2018

  1. 1

    Openbaarmaking op grond van artikel 1:97 wordt uitgesteld of geschiedt in zodanige vorm dat de openbaar te maken gegevens niet herleidbaar zijn tot afzonderlijke personen, voor zover: a.die gegevens herleidbaar zijn tot een natuurlijk persoon en bekendmaking van zijn persoonsgegevens onevenredig zou zijn; b.betrokken partijen in onevenredige mate schade zou worden berokkend; c.een lopend strafrechtelijk onderzoek of een lopend onderzoek door de toezichthouder naar mogelijke overtredingen zou worden ondermijnd; of d.de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou worden gebracht.

  2. 2

    Openbaarmaking op grond van artikel 1:97 blijft achterwege, indien openbaarmaking overeenkomstig het eerste lid: a.onevenredig zou zijn gezien de geringe ernst van de overtreding, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; b.niet in overeenstemming is met het doel van de opgelegde bestuurlijke sanctie, tenzij het een besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete betreft; of c.de stabiliteit van het financiële stelsel in gevaar zou brengen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10863Rechtbank Rotterdam, 31 augustus 2026 (bestuursrecht)

    Eiser is medepleger van de door de onderneming begane overtreding van artikel 2:96 van de Wft (verlenen van beleggingsdiensten in Nederland zonder de daartoe benodigde vergunning van de AFM). De…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:14309Rechtbank Rotterdam, 5 december 2025 (bestuursrecht)

    Beroep tegen boeteoplegging wegens overtreding van het verbod op marktmanipulatie en tegen de openbaarmaking daarvan. De AFM is er ten onrechte van uitgegaan dat het in het Besluit uitvoering…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:13054Rechtbank Rotterdam, 7 november 2025 (bestuursrecht)

    Financieel Toezicht. Beroep tegen de openbaarmaking van een opgelegde bestuurlijke boete. De rechtbank komt tot de conclusie dat artikel 20, eerste lid, van de Richtlijn (EU) 2019/2034 (de richtlijn…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:3911Rechtbank Rotterdam, 27 maart 2025 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. Verzoek om een voorlopige voorziening strekkende tot schorsing van de openbaarmaking van het door DNB opgelegde verbod tot collectieve waardeoverdracht. DNB heeft een juiste…

  • ECLI:NL:CBB:2025:102College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25 februari 2025 (bestuursrecht)

    Hoger beroep. Openbaarmaking boetebesluit door de AFM op grond van artikelen 1:97 en 1:98 Wft. (On)herroepelijkheid van het boetebesluit. Toetsingscriterium geanonimiseerde openbaarmaking. Bij de…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2035Rechtbank Rotterdam, 11 februari 2025 (bestuursrecht)

    Wet op het financieel toezicht (Wft). Voorlopige voorziening. Openbaarmaking boetebesluit en besluit op bezwaar. In artikel 20 van de IFD (richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen) is…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:348Rechtbank Rotterdam, 10 januari 2025 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. Verzoek om een voorlopige voorziening strekkende tot schorsing van de openbaarmaking van een opgelegde bestuurlijke boete wegens het niet nakomen van de verplichting om…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:13262Rechtbank Rotterdam, 20 december 2024 (bestuursrecht)

    Afwijzing van verzoek om voorlopige voorziening, strekkende tot schorsing van het besluit tot openbaarmaking van het besluit waarbij de AFM aan verzoekster een boete heeft opgelegd wegens overtreding…

114 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.