Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:19 Wft

Geldt sinds 18 juli 2025

  1. 1

    Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst, waaronder reclame-uitingen, geen afbreuk doet aan ingevolge deze wet te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie.

  2. 2

    De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is correct, duidelijk en niet misleidend.

  3. 3

    De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het commerciële oogmerk van de verstrekte of beschikbaar gestelde informatie als zodanig herkenbaar is.

  4. 4

    Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op reclame-uitingen van een beheerder van een beleggingsinstelling, een beheerder van een icbe en een kredietservicer.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:1636Hoge Raad, 9 oktober 2026 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen op voet van art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1093Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2025 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen op voet art. 392 Rv. Vermogensrecht. Consumentenrecht. Verzekeringsrecht. Online gesloten schadeverzekering auto. Moet civiele rechter ambtshalve onderzoeken of in Wft en BGfo…

  • ECLI:NL:PHR:2020:358Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:359Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:GHSHE:2026:645Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 maart 2026 (verbintenissenrecht)

    Beleggingsverzekering (PPP) afgesloten bij Ierse verzekeraar. Geen dwaling, wel schending (bijzondere) zorgplichten. Verwijzing naar de schadestaatprocedure.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2567Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2026 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. Einduitspraak na tussenuitspraak (ECLI:NL:RBROT:2025:2085). De AFM werpt in het wijzigingsbesluit eiseres niet langer overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft tegen…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2085Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2025 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. De AFM heeft aan eiseres wegens een overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.500.000,-. De AFM stelt dat eiseres in totaal…

  • ECLI:NL:RBAMS:2024:7978Rechtbank Amsterdam, 18 december 2024 (civiel recht)

    Afgebroken onderhandelingen, uitleg term sheet, geen aansprakelijkheid aangenomen, vorderingen tot vergoeding van positief en negatief contractbelang afgewezen

55 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.