Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 1:76 Wft

Geldt sinds 26 november 2015

  1. 1

    De toezichthouder kan besluiten een of meer personen te benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een financiële onderneming indien die financiële onderneming niet voldoet aan hetgeen ingevolge deze wet is bepaald.

  2. 2

    Het besluit ingevolge het eerste lid wordt slechts genomen: a.nadat door de financiële onderneming niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75, eerste lid, gevolg is gegeven; of b.indien de in het eerste lid bedoelde overtreding een adequate functionering van de financiële onderneming ernstig in gevaar brengt en die financiële onderneming voorafgaand in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit; of c.indien de in het eerste lid bedoelde overtreding de belangen van consumenten of, indien het financiële instrumenten of verzekeringen betreft, de belangen van cliënten met uitzondering van professionele beleggers ernstig in gevaar brengt en die financiële onderneming voorafgaand in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit.

  3. 3

    Onverminderd het eerste en tweede lid kan de Nederlandsche Bank besluiten een of meer personen te benoemen als curator ten aanzien van alle of bepaalde organen of vertegenwoordigers van een financiële onderneming indien zij bij die financiële onderneming tekenen ontwaart van een ontwikkeling die het eigen vermogen, de solvabiliteit of de liquiditeit, onderscheidenlijk de technische voorzieningen, van die financiële onderneming in gevaar kunnen brengen.

  4. 4

    Het besluit ingevolge het derde lid wordt slechts genomen: a.nadat door de financiële onderneming niet of niet volledig binnen de gestelde termijn aan een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75, tweede lid, gevolg is gegeven; of b.indien onverwijld ingrijpen noodzakelijk is en de financiële onderneming voorafgaand in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze naar voren te brengen over het voorgenomen besluit.

  5. 5

    Het benoemingsbesluit bevat onder meer een beschrijving van de belangen waardoor de curator zich dient te laten leiden. De toezichthouder benoemt de curator voor ten hoogste een jaar, met de mogelijkheid om deze termijn telkens voor ten hoogste een jaar te verlengen; de verlenging wordt terstond van kracht. Met ingang van het tijdstip waarop het besluit tot benoeming van de curator aan de financiële onderneming is bekendgemaakt mogen de desbetreffende organen of vertegenwoordigers hun bevoegdheden slechts uitoefenen na goedkeuring door de curator en met inachtneming van de opdrachten van de curator.

  6. 6

    De toezichthouder onderscheidenlijk de Europese Centrale Bank kan de curator verzoeken om tijdens of bij beëindiging van zijn werkzaamheden schriftelijk verslag te doen van zijn werkzaamheden en van de financiële positie van de financiële onderneming.

  7. 7

    Tegen een besluit van een curator kan administratief beroep worden ingesteld bij de toezichthouder.

  8. 8

    Na de benoeming van een curator: a.verlenen de organen en de vertegenwoordigers van de financiële onderneming de curator alle medewerking; b.kan de toezichthouder de betrokken organen of vertegenwoordigers van de financiële onderneming toestaan bepaalde rechtshandelingen zonder goedkeuring te verrichten; c.kan de toezichthouder te allen tijde de door hem aangewezen curator vervangen; d.is voor schade ten gevolge van handelingen, die zijn verricht in strijd met een besluit als bedoeld in het eerste of derde lid, elke persoon die deel uitmaakt van het orgaan van de financiële onderneming dat deze handelingen verrichtte, hoofdelijk aansprakelijk tegenover de financiële onderneming, tenzij het verrichten van deze handelingen niet aan hem is te verwijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden; e.zijn de handelingen, bedoeld in onderdeel d, voorzover deze rechtshandelingen zijn, vernietigbaar, indien de wederpartij wist of behoorde te weten dat de vereiste goedkeuring ontbrak.

  9. 9

    Zodra de omstandigheid, bedoeld in het eerste of derde lid niet langer aanwezig is, trekt de toezichthouder het besluit tot benoeming van de curator in. De toezichthouder maakt het besluit tot intrekking onverwijld bekend aan de financiële onderneming.

  10. 10

    Het eerste, tweede en vijfde tot en met negende lid zijn van overeenkomstige toepassing op een ieder die in of vanuit Nederland bedrijfsmatig opvorderbare gelden van het publiek aantrekt, ter beschikking verkrijgt of ter beschikking heeft.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:995Parket bij de Hoge Raad, 28 oktober 2022 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingsrecht. Vaststelling aanvullende schadeloosstelling o.v.v. art. 3:159ab Wft (oud) inzake Conservatrix. Tussenbeschikking OK.

  • ECLI:NL:PHR:2020:195Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beleggingsfraude in concernverband. Gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. Bewijsklacht over feitelijke leidinggeven en middel van de benadeelde partij over het oordeel dat haar…

  • ECLI:NL:HR:2019:746Hoge Raad, 17 mei 2019 (civiel recht)

    Financieel toezicht. Overdracht aandelen verzekeraar op grond van overdrachtsplan De Nederlandsche Bank; art. 3:195c (oud) Wft en art. 3:159u (oud) Wft. Summierlijk blijken bestaan toestand van art.…

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2200Gerechtshof Amsterdam, 31 juli 2025 (ondernemingsrecht)

    Ondernemingskamer; Afwijzing herroepings- en schorsingsverzoek in schadeloosstellingsprocedure Conservatrix Groep

  • ECLI:NL:CBB:2024:70College van Beroep voor het bedrijfsleven, 6 februari 2024 (bestuursrecht)

    Hoger beroep. Artikelen 47 en 54 lid 2 onder b Wtt 2018. Aanwijzing aan trustkantoor wegens overtredingen met betrekking tot het cliëntenonderzoek en transactiemonitoring is terecht opgelegd, wel…

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:2592Gerechtshof Amsterdam, 24 augustus 2021 (ondernemingsrecht)

    OK; verzoek tot vaststelling van een aanvullende schadeloosstelling; de Ondernemingskamer overweegt dat een deskundigenbericht zal worden gelast ter beantwoording van de vraag naar de waarde van de…

  • ECLI:NL:RBROT:2021:5464Rechtbank Rotterdam, 17 juni 2021 (bestuursrecht)

    BC FT. Aanwijzing terecht opgelegd, maar verstrekken auditrapport ten onrechte onderdeel van de aanwijzing. Benoeming curator kon, maar gegeven opdracht in strijd met art 54 Wtt. Daarom konden kosten…

  • ECLI:NL:GHARL:2020:9903Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 december 2020 (burgerlijk procesrecht)

    In deze zaak vorderen enkele verzekerden van Yarden met een naturapakketpolis in kort geding dat het Yarden wordt verboden om zich te beroepen op een zogenaamde en-bloc-clausule, waardoor de…

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.