Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:5 Wft

Geldt sinds 21 juli 2019

  1. 1

    Het is een ieder verboden in Nederland in de uitoefening van een bedrijf van het publiek opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben.

  2. 2

    Het eerste lid is niet van toepassing op: a.banken die een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, of 2:20, en banken met zetel in een andere lidstaat die hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland en die hebben voldaan aan het in artikel 2:15 of 2:16 bepaalde met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld onder 1 in bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten; b.banken met zetel in een andere lidstaat die een door de Europese Centrale Bank of de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning hebben voor het uitoefenen van hun bedrijf en die hebben voldaan aan de in die andere lidstaat geldende verplichtingen voor het verrichten van diensten naar een andere lidstaat; c.de lidstaten, alsmede de regionale of lokale overheden van de lidstaten; d.het aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben van opvorderbare gelden als gevolg van het aanbieden van effecten in Nederland in overeenstemming met hetgeen in de prospectusverordening is bepaald; en e.entiteiten voor risico-acceptatie; en f.kredietunies met zetel in Nederland.

  3. 3

    Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het eerste lid.

  4. 4

    De Nederlandsche Bank kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel beoogt te beschermen voldoende worden beschermd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waaraan de houder van een ontheffing dient te voldoen en met betrekking tot het verlenen van de ontheffing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:195Parket bij de Hoge Raad, 3 maart 2020 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beleggingsfraude in concernverband. Gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. Bewijsklacht over feitelijke leidinggeven en middel van de benadeelde partij over het oordeel dat haar…

  • ECLI:NL:HR:2018:2343Hoge Raad, 18 december 2018 (strafrecht)

    Economische zaak. Verduistering geldbedragen (art. 321 Sr) en feitelijk leidinggeven aan medeplegen van overtreding voorschrift art. 82.1 Wet toezicht kredietwezen 1992 begaan door rechtspersoon.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1191Parket bij de Hoge Raad, 6 november 2018 (strafrecht)

    Conclusie AG. Middel over (1) anders dan door misdrijf verkregen als bedoeld in art. 321 Sr en veroordeling wegens opzettelijke overtreding van art. 82, eerste lid, Wet toezicht kredietwezen 1992…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BR2078Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2011 (strafrecht)

    Art. 82 Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). Uit de wetsgeschiedenis moet worden afgeleid dat onder "aantrekken" in de zin van art. 82, 1 Wtk 1992 valt het wervend optreden jegens het publiek…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:8957Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 december 2025 (strafrecht)

    Veroordeling voor elf oplichtingen, vrijspraak voor één oplichting. Gevangenisstraf zes maanden. Forse overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van een bijzondere procesgang. Vorderingen…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:426Rechtbank Midden-Nederland, 31 januari 2024 (strafrecht)

    Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van verduistering, binnen een organisatie die inleggers een dagelijks rendement van 1,5 tot 4 procent per dag voorspiegelde. In plaats van met de inleg…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:427Rechtbank Midden-Nederland, 31 januari 2024 (strafprocesrecht)

    Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van verduistering, binnen een organisatie die inleggers een dagelijks rendement van 1,5 per dag voorspiegelde. In plaats van met de inleg te…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:428Rechtbank Midden-Nederland, 31 januari 2024 (strafrecht)

    Verdachte wordt veroordeeld voor oplichting, door inleggers een dagelijks rendement van 1,5 tot 4 procent per dag voor te spiegelen. In plaats van met de inleg te investeren, werd deze gebruikt voor…

54 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.