Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:111aa Wft

Geldt sinds 19 oktober 2021

  1. 1

    Op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, bepaalt de Nederlandsche Bank voor een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten de hoogte, samenstelling en verdeling van het toetsingsvermogen dat zij passend vindt, en stelt zij, voor zover nodig, met het oog daarop een richtsnoer op en deelt die mede aan de bank of beleggingsonderneming. Ze neemt daarbij artikel 104 ter, derde en vierde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

  2. 2

    Indien aan een bank of beleggingsonderneming een richtsnoer is medegedeeld op grond van het eerste lid en zij hieraan navolging geeft, neemt zij daarbij de voorwaarden in artikel 104 ter, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.