Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:11 Wft

Geldt sinds 18 juli 2025

  1. 1

    Een beheerder van een icbe, icbe, beleggingsonderneming, bewaarder, kredietservicer of pensioenbewaarder voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn onderscheidenlijk haar bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat: a.belangenverstrengeling wordt tegengegaan; b.wordt tegengegaan dat de financiële onderneming of haar werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kunnen schaden; c.wordt tegengegaan dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten kan worden geschaad; en d.wordt tegengegaan dat andere handelingen door de financiële onderneming of haar werknemers worden verricht die op een dusdanige wijze ingaan tegen hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, dat hierdoor het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten ernstig kan worden geschaad.

  2. 2

    Een financiëledienstverlener voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. Hieronder wordt verstaan dat wordt tegengegaan dat de financiëledienstverlener of zijn werknemers strafbare feiten of andere wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de financiëledienstverlener of in de financiële markten kunnen schaden. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die tot de integere uitoefening van het bedrijf van een financiëledienstverlener worden gerekend.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de minimumvoorwaarden waaraan het beleid, bedoeld in het eerste en tweede lid, moet voldoen.

  4. 4

    Een financiële onderneming als bedoeld in het eerste of tweede lid verstrekt aan de Autoriteit Financiële Markten bij algemene maatregel van bestuur te bepalen informatie over incidenten die verband houden met de onderwerpen, bedoeld in het eerste en tweede lid.

  5. 5

    De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het derde lid bepaalde, met uitzondering van het met betrekking tot het verlenen van een beleggingsdienst of verrichten van een beleggingsactiviteit of nevendienst bepaalde, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:358Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:PHR:2020:359Parket bij de Hoge Raad, 9 april 2020 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Vermogensrecht. Financieel recht. Is vordering van een bank uit geldlening overdraagbaar aan een niet-bank? Art. 3:83 lid 1 BW. Inhoud gecedeerde vordering. Art.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:5870Rechtbank Rotterdam, 15 mei 2026 (bestuursstrafrecht)

    Financieel Toezicht. De AFM heeft de vergunning van eiseres ingetrokken, omdat zij geen adequaat beleid heeft gevoerd dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgde en dat zij daarmee…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:2567Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2026 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. Einduitspraak na tussenuitspraak (ECLI:NL:RBROT:2025:2085). De AFM werpt in het wijzigingsbesluit eiseres niet langer overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft tegen…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2085Rechtbank Rotterdam, 21 februari 2025 (bestuursstrafrecht)

    Financieel toezicht. De AFM heeft aan eiseres wegens een overtreding van artikel 4:11, tweede lid, van de Wft een bestuurlijke boete opgelegd van € 2.500.000,-. De AFM stelt dat eiseres in totaal…

  • ECLI:NL:RBROT:2024:7345Rechtbank Rotterdam, 2 augustus 2024 (bestuursrecht)

    Verzoek om voorlopige voorziening. De AFM heeft de vergunning van verzoekster ingetrokken, omdat verzoekster geen adequaat beleid voert dat een integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt en de…

  • ECLI:NL:CBB:2023:591College van Beroep voor het bedrijfsleven, 17 oktober 2023 (bestuursrecht)

    Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juli 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:7987). De AFM heeft bestuurlijke boetes opgelegd aan een bemiddelaar en adviseur in hypothecair krediet…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2496Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juli 2023 (strafrecht)

    Veroordeling ter zake van telkens oplichting (5 feiten) tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest. Schending redelijke termijn. Vorderingen benadeelde partijen…

39 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.