Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 2:72 Wft

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Een beheerder van een icbe met zetel in een andere lidstaat die voornemens is een icbe met zetel in Nederland te beheren gaat daartoe slechts over nadat de Autoriteit Financiële Markten met het voornemen heeft ingestemd.

  2. 2

    De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van: a.de overeenkomst met de bewaarder inzake beheer en bewaring, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten; en b.gemaakte afspraken met betrekking tot het uitbesteden van de werkzaamheden, bedoeld in bijlage II van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.

  3. 3

    Indien de beheerder, bedoeld in het eerste lid, al een zelfde soort icbe met zetel in Nederland beheert, volstaat een verwijzing naar de reeds verstrekte gegevens.

  4. 4

    De Autoriteit Financiële Markten stemt, na ontvangst van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, in met een voornemen als bedoeld in het eerste lid, tenzij: a.de beheerder geen vergunning heeft voor het beheer van het desbetreffende type icbe; of b.de beheerder of de icbe niet zal kunnen voldoen aan het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen bepaalde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2020:531Parket bij de Hoge Raad, 27 mei 2020 (belastingrecht)

    Vrijheid van kapitaalverkeer; fiscale beleggingsinstellingen-regime; teruggaaf van dividendbelasting ook aan niet-ingezeten beleggingsfondsen? Werpt HvJ Deka licht op HvJ Fidelity Funds? Nederlandse…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.