Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 3:29a Wft

Geldt sinds 7 juli 2022

  1. 1

    Een betaalinstelling of een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen van betaaldienstgebruikers of andere betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen op de wijze als bepaald in artikel 3:29aa, eerste lid, of op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker.

  2. 2

    Een elektronischgeldinstelling met zetel in Nederland stelt de geldmiddelen die worden of zijn ontvangen in ruil voor elektronisch geld op de wijze als bepaald in artikel 3:29aa, eerste lid, of op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaalde wijze zeker.

  3. 3

    Het eerste lid is niet van toepassing indien een betaalinstelling alleen betaaldiensten verleent als bedoeld onder 7 en 8 van de bijlage bij de richtlijn betaaldiensten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBAMS:2025:3935Rechtbank Amsterdam, 11 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Betaaldienstverlener (PSP). Geen bijzondere zorgplicht betaaldienstverlener. Verplichting artikel 3:29a Wft. Wijze van berekenen van het deposit level, het bedrag aan gelden dat Adyen nodig heeft om…

  • ECLI:NL:RBNNE:2022:472Rechtbank Noord-Nederland, 23 februari 2022 (civiel recht)

    Bestuurdersaansprakelijkheid, vereiste van benadeling

  • ECLI:NL:RBAMS:2016:2019Rechtbank Amsterdam, 15 maart 2016 (civiel recht)

    Kort geding. Beslag opgeheven, summierlijk gebleken dat het beslag onnodig is. Artikel 705 lid 2 Rv.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.