Wet op het financieel toezicht

Wft

Huidige tekst

Artikel 4:34 Wft

Geldt sinds 25 mei 2011

  1. 1

    Voor de totstandkoming van een overeenkomst inzake krediet, of een belangrijke verhoging van de kredietlimiet, dan wel de som van de bedragen die op grond van een bestaande overeenkomst inzake krediet aan de consument ter beschikking zijn gesteld, wint een aanbieder van krediet in het belang van de consument informatie in over diens financiële positie en beoordeelt hij, ter voorkoming van overkreditering van de consument, of het aangaan van de overeenkomst onderscheidenlijk de belangrijke verhoging verantwoord is.

  2. 2

    De aanbieder gaat geen overeenkomst inzake krediet aan met een consument en gaat niet over tot een belangrijke verhoging van de kredietlimiet of de som van de bedragen die op grond van een bestaande kredietovereenkomst aan de consument ter beschikking zijn gesteld indien dit, met het oog op overkreditering van de consument, onverantwoord is.

  3. 3

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1008Hoge Raad, 27 juni 2025 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid om achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vragen over vorderingen uit hoofde van achteraf-betaalservice en (ambtshalve) beoordeling daarvan door…

  • ECLI:NL:PHR:2025:309Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2025 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Mogelijkheid achteraf te betalen bij aankoop in webwinkel. Vervolg op HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006, na HvJEU 17 oktober 2024, ECLI:EU:C:2024:895.

  • ECLI:NL:HR:2022:1945Hoge Raad, 23 december 2022 (civiel recht)

    Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Rechtsgrond voor verwerking van persoonsgegevens in kredietregistratiestelsel van BKR; art. 6 lid 1, onder c, AVG (wettelijke grondslag) of art. 6 lid…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1130Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2022 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen. Betaling door middel van Afterpay. Toepasselijkheid van afd. 7.2A.1 BW over consumentenkrediet. Is uitstel van betaling een kredietovereenkomst? Kosten in de zin van art. 7:57…

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:12058Rechtbank Noord-Holland, 9 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Eisende partij krijgt de gelegenheid hoe zij heeft voldaan aan haar informatieplichten en of zij de kredietwaardigheid van de gedaagde partij heeft…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5812Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2026 (civiel recht)

    Artikelen 7:60 en 7:61 BW,4:34 lid 1 Wft en 237 lid 1 Rv. Richtlijn consumentenkrediet en Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In vervolg op: Gerechtshof…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:22556Rechtbank Den Haag, 13 juli 2026 (civiel recht)

    BKR-registratie van eiseres hoeft nog niet verwijderd te worden. Vordering afgewezen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:4501Rechtbank Midden-Nederland, 8 juli 2026 (civiel recht)

    geldleningsovereenkomst; consumentenrecht

277 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.